|
EBP-Tenderletter nr 14 - Juli 2008 |
|
NATIONAL TENDERDAY 2008
28 aankopers - aanbestedingsexperten / 28 uiteenzettingen
5 nationaliteiten / 4 zalen 1 meet, greet & eat lobby 3 Public Tender Awards uitgereikt door 3 Ministers Download het volledig programma op www.nationaltenderday.be
Interpretatieve mededeling van de Europese Commissie van 5 februari 2008 over de toepassing van het Gemeenschapsrecht inzake overheidsopdrachten en concessieovereenkomsten op geïnstitutionaliseerde publiek-private samenwerking (geïnstitutionaliseerde PPS)
De afgelopen jaren heeft het verschijnsel van de publiek-private samenwerking (PPS) op talrijke gebieden opgang gemaakt. Typisch voor deze vorm van samenwerking, die veelal is gericht op de lange termijn, is de rol van de private partner die aan de verschillende fasen van het project in kwestie deelneemt (ontwerp, uitvoering en exploitatie), risico's draagt die traditioneel voor rekening van de publieke sector komen en vaak ook aan de financiering van het project bijdraagt. Het Gemeenschapsrecht laat overheden de keuze om economische activiteiten zelf te verrichten dan wel aan derden toe te vertrouwen, bijvoorbeeld aan een entiteit met gemengd kapitaal die in het kader van een PPS is opgericht. Als een overheid evenwel beslist om voor de uitvoering van een economische activiteit een beroep te doen op een derde partij in een vorm die als overheidsopdracht of concessieovereenkomst kan worden aangemerkt, moet zij de toepasselijke bepalingen van het Gemeenschapsrecht inachtnemen. Die bepalingen moeten garanderen dat alle belangstellende bedrijven op voet van gelijkheid en transparantie in de geest van de Europese interne markt op overheidsopdrachten en concessieovereenkomsten kunnen inschrijven, wat de kwaliteit van dit soort projecten verhoogt en de kosten ervan door een sterkere mededinging verlaagt. Uit de openbare raadpleging over het Groenboek over publiek-private samenwerking en het Gemeenschapsrecht inzake overheidsopdrachten en concessieovereenkomsten is gebleken dat er een sterke behoefte bestond aan een verduidelijking van de toepassing van die regelgeving ten aanzien van zogenaamde "geïnstitutionaliseerde" publiek-private samenwerking (geïnstitutionaliseerde PPS). Onder geïnstitutionaliseerde PPS verstaat de Commissie een samenwerking tussen publieke en private partners die een entiteit met gemengd kapitaal oprichten voor de uitvoering van overheidsopdrachten of concessieovereenkomsten. De private inbreng in de werkzaamheden van de geïnstitutionaliseerde PPS behelst, behalve de bijdrage aan het kapitaal of andere activa, de actieve deelname aan de uitvoering van de aan de entiteit met gemengd kapitaal toevertrouwde taken en/of het beheer van die entiteit. Wanneer het daarentegen uitsluitend om financiële inbreng van een private geldschieter in een publieke onderneming gaat, is er geen sprake van geïnstitutionaliseerde PPS. Een dergelijke situatie valt derhalve buiten het bestek van deze mededeling. De rechtsonzekerheid die er heerst in verband met de deelname van private partijen aan geïnstitutionaliseerde PPS, kan het succes van dit soort projecten ondergraven. Het risico dat een structuur wordt opgezet op basis van een contract dat vervolgens niet in overeenstemming met het Gemeenschapsrecht blijkt te zijn, kan overheden en private partijen er zelfs van weerhouden geïnstitutionaliseerde PPS op te zetten. In zijn resolutie van 26 oktober 2006 over publiek-private samenwerking heeft het Europees Parlement kennis genomen van de wens van het bedrijfsleven om meer duidelijkheid te krijgen over de toepassing van het recht inzake overheidsopdrachten op de oprichting van publiek-private ondernemingen in samenhang met de gunning van een opdracht of een concessie, en heeft het de Commissie verzocht om op dit gebied zo spoedig mogelijk duidelijkheid te verschaffen. In zijn interpretatieve mededeling van 5 februari 2008 beschrijft de Commissie hoe de communautaire bepalingen inzake overheidsopdrachten en concessieovereenkomsten volgens haar toepassing moeten krijgen bij de totstandkoming en de werking van geïnstitutionaliseerde publiek-private samenwerkingsverbanden. Deze mededeling strekt ertoe de rechtszekerheid te vergroten en met name een antwoord te geven op de zorgen die bij herhaling worden geuit ten aanzien van de toepassing van het Gemeenschapsrecht op de deelname van private partners aan geïnstitutionaliseerde PPS, waardoor deze formule volgens sommigen oninteressant of zelfs onmogelijk wordt. 11 januari 2006 – Ministerie van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest - Omzendbrief betreffende het berekenen van de uurkost van aannemersmaterieel volgens de kostenschaal CMK-2003
Vindplaats: B.S. 29 januari 2008, pp. 5187-5188. Addendum verschenen in B.S. 15 februari 2008 (2e editie), pp. 10086-10090.
...................
Vindplaats: B.S. 15 april 2008, pp. 20097-20101.
Hof van Justitie
Hof van Justitie, arrest van 14 februari 2008, zaak C C 450/06, Varec - Overheidsopdrachten – Beroep – Richtlijn 89/665/EEG – Doeltreffend beroep – Begrip – Evenwicht tussen beginsel van hoor en wederhoor en recht op eerbiediging van zakengeheimen – Bescherming door voor beroepsprocedures verantwoordelijke instantie van vertrouwelijk karakter van door economische subjecten verstrekte informatie
Vindplaats: http://www.curia.europa.eu
Artikel 1, lid 1, van de rechtsbeschermingsrichtlijn klassieke sectoren 89/665/EEG moet aldus worden uitgelegd dat de voor de beroepsprocedures verantwoordelijke instantie in de zin van voornoemd artikel 1, lid 1, de vertrouwelijkheid en het recht op eerbiediging van zakengeheimen moet waarborgen met betrekking tot de informatie die is vervat in door de betrokken partijen, in het bijzonder door de aanbestedende dienst, aan haar overgelegde dossiers, ook al kan zijzelf van deze informatie kennis nemen en deze in haar beschouwing betrekken. Het staat aan deze instantie om te oordelen in welke mate en op welke wijze de vertrouwelijkheid en het geheime karakter van deze informatie moet worden gewaarborgd, rekening houdend met de vereisten van een effectieve rechtsbescherming en van de eerbiediging van het recht van verweer van de procespartijen en, in het geval van een beroep bij een rechter of bij een instantie die een gerecht is in de zin van artikel 234 EG, met het vereiste dat de procedure op alle onderdelen het recht op een eerlijk proces eerbiedigt. ...................
Vindplaats: http://www.curia.europa.eu
De gemeenschapswetgever heeft er uitdrukkelijk en principieel voor gekozen om opdrachten die beneden een bepaalde drempel blijven, van de door hem ingevoerde openbaarmakingregeling uit te sluiten. Voor deze opdrachten heeft hij dus geen enkele specifieke verplichting opgelegd. Wanneer evenwel vaststaat dat een dergelijke opdracht een bepaald grensoverschrijdend belang vertoont, levert de gunning van deze opdracht aan een in de lidstaat van de aanbestedende dienst gevestigde onderneming, zonder dat er sprake is van enige transparantie, een ongelijke behandeling op ten nadele van de in een andere lidstaat gevestigde ondernemingen die mogelijkerwijs in deze opdracht geïnteresseerd zijn. Behoudens objectieve rechtvaardiging vormt een dergelijke ongelijke behandeling, die voornamelijk in het nadeel is van in een andere lidstaat gevestigde ondernemingen, die immers alle worden uitgesloten, een door de artikelen 43 EG en 49 EG verboden indirecte discriminatie op grond van nationaliteit. ...................
Vindplaats: http://www.curia.europa.eu
Door geen verplichte termijn te stellen waarbinnen de aanbestedende dienst alle inschrijvers in kennis moet stellen van de beslissing tot gunning van een opdracht en door geen verplichte wachtperiode te voorzien tussen de gunning van een opdracht en de sluiting van de overeenkomst, is het Koninkrijk Spanje de verplichtingen niet nagekomen die op hem rusten krachtens artikel 2, lid 1, sub a en b, van de rechtsbeschermingsrichtlijn 89/665/EEG (klassieke sectoren).
...................
Vindplaats: http://www.curia.europa.eu
Richtlijn 96/71/EG van het Europees Parlement en de Raad van 16 december 1996 betreffende de terbeschikkingstelling van werknemers met het oog op het verrichten van diensten, uitgelegd tegen de achtergrond van artikel 49 EG, verzet zich in een situatie als in het hoofdgeding tegen een door een instantie van een lidstaat genomen maatregel van wetgevende aard, krachtens welke de aanbestedende dienst overheidsopdrachten voor werken enkel mag gunnen aan ondernemingen die zich bij de inschrijving schriftelijk verbinden om hun werknemers bij de uitvoering van het werk minstens het loon te betalen dat is vastgesteld in de collectieve arbeidsovereenkomst geldend op de plaats van uitvoering ervan. ...................
Vindplaats: http://www.curia.europa.eu
„In house”-betrekking tussen de Italiaanse Staat en Agusta
Het is vaste rechtspraak van het Hof dat een oproep tot inschrijving overeenkomstig de richtlijnen betreffende de plaatsing van overheidsopdrachten niet verplicht is, zelfs niet indien de medecontractant een lichaam is dat rechtens gescheiden is van de aanbestedende dienst, indien aan twee voorwaarden is voldaan. In de eerste plaats dient het overheidsorgaan, dat een aanbestedende dienst is, op het betrokken onderscheiden lichaam hetzelfde toezicht uit te oefenen als op zijn eigen diensten en in de tweede plaats dient dit lichaam het merendeel van zijn werkzaamheden te verrichten met de overheidsinstantie of overheidsinstanties waarvan dit lichaam in handen is […]. Derhalve moet worden onderzocht of wat Agusta betreft is voldaan aan de twee vereisten die zijn geformuleerd in de in het voorgaande punt genoemde rechtspraak. Aangaande de eerste voorwaarde, inzake het toezicht van het overheidsorgaan, zij eraan herinnerd dat de deelneming, ook al is het slechts voor minder dan de helft, van een particuliere onderneming in het kapitaal van een vennootschap waarin ook de betrokken aanbestedende dienst deelneemt, hoe dan ook uitsluit dat die aanbestedende dienst op die vennootschap hetzelfde toezicht kan uitoefenen als op zijn eigen diensten […]. Aangezien Agusta een vennootschap is waarin deels kan worden deelgenomen door particulier kapitaal en zij derhalve voldoet aan het in punt 38 van dit arrest genoemde criterium, is het uitgesloten dat de Italiaanse Staat op deze vennootschap hetzelfde toezicht kan uitoefenen als op zijn eigen diensten. In dergelijke omstandigheden moet het argument van de Italiaanse Republiek inzake het bestaan van een „in house”-betrekking tussen deze vennootschap en de Italiaanse Staat worden afgewezen, zonder dat behoeft te worden onderzocht of Agusta het merendeel van haar werkzaamheden verricht met het overheidsorgaan dat de opdracht plaatst.
Legitieme vereisten van nationaal belang
[…] De Italiaanse Republiek betoogt in casu dat de aankopen van helikopters van de merken Agusta en Agusta Bell voldoen aan de legitieme vereisten van nationaal belang die zijn neergelegd in artikel 296 EG en artikel 2, lid 1, sub b, van richtlijn 93/36, omdat deze helikopters „dual-use-goederen” zijn, dat wil zeggen goederen die zowel voor civiele als voor militaire doeleinden kunnen worden gebruikt. In de eerste plaats moet erop worden gewezen dat elke lidstaat krachtens artikel 296, lid 1, sub b, EG de maatregelen kan nemen die hij noodzakelijk acht voor de bescherming van de wezenlijke belangen van zijn veiligheid en die betrekking hebben op de productie van of de handel in wapens, munitie en oorlogsmateriaal, evenwel op voorwaarde dat die maatregelen de mededingingsverhoudingen op de gemeenschappelijke markt niet wijzigen voor producten die niet voor specifiek militaire doeleinden zijn bestemd. Uit de bewoordingen van deze bepaling blijkt dat de betrokken producten bestemd moeten zijn voor specifiek militaire doeleinden. Hieruit volgt dat voor de aankoop van materieel waarvan het gebruik voor militaire doeleinden weinig zeker is, noodzakelijkerwijs de regels voor plaatsing van overheidsopdrachten moeten worden gevolgd. De levering van helikopters aan militaire korpsen met het oog op civiel gebruik moet aan dezelfde regels voldoen. Vaststaat dat de betrokken helikopters, zoals de Italiaanse Republiek erkent, zeker een civiele bestemming hebben en eventueel een militair doel dienen. Bijgevolg kan de Italiaanse Republiek niet met succes een beroep doen op artikel 296, lid 1, sub b, EG, waarnaar artikel 3 van richtlijn 93/36 verwijst, om te rechtvaardigen dat zij voor de aankoop van de betrokken helikopters gebruik heeft gemaakt van de procedure van gunning via onderhandelingen. In de tweede plaats beroept deze lidstaat zich op het vertrouwelijke karakter van de gegevens die zijn verkregen voor het in productie brengen van de door Agusta vervaardigde helikopters, om te rechtvaardigen dat zij bij deze vennootschap opdrachten heeft geplaatst met gebruikmaking van de procedure van gunning via onderhandelingen. De Italiaanse Republiek beroept zich in dit verband op artikel 2, lid 1, sub b, van richtlijn 93/36. De Italiaanse Republiek heeft echter niet aangegeven waarom het vertrouwelijke karakter van de gegevens die zijn meegedeeld voor de productie van de door Augusta vervaardigde helikopters, haars inziens minder goed zou zijn gewaarborgd indien deze productie werd toevertrouwd aan andere ondernemingen, ongeacht of deze in Italië dan wel in andere lidstaten zijn gevestigd. De noodzaak om te voorzien in een verplichting tot vertrouwelijke behandeling belet dienaangaande geenszins gebruikmaking van een procedure van oproep tot mededinging voor de plaatsing van een opdracht. […]
– Vereisten inzake homogeniteit van de helikoptervloot
De Italiaanse Republiek beroept zich ter rechtvaardiging van het gebruik van de procedure van gunning via onderhandelingen tevens op artikel 6, lid 3, sub c en e, van richtlijn 93/36. Gelet op de bijzondere technische kenmerken van de betrokken helikopters, kon de vervaardiging ervan volgens haar alleen aan Agusta worden toevertrouwd en was het voorts noodzakelijk de interoperabiliteit van haar helikoptervloot te waarborgen om met name de logistieke en operationele kosten alsmede de kosten voor de pilotenopleiding te verminderen. 56 Zoals uit met name de twaalfde overweging van de considerans van richtlijn 93/36 volgt, heeft de procedure van gunning via onderhandelingen het karakter van een uitzondering en kan zij slechts worden toegepast in limitatief opgesomde gevallen. […] Volgens de rechtspraak van het Hof moeten afwijkingen van de regels die de doeltreffendheid van de door het Verdrag op het gebied van de overheidsopdrachten toegekende rechten beogen te verzekeren, strikt worden uitgelegd […]. Bovendien zij eraan herinnerd dat degene die zich op een afwijking wil beroepen, dient te bewijzen dat de uitzonderlijke omstandigheden die deze afwijking rechtvaardigen, daadwerkelijk bestaan […]. In casu moet worden vastgesteld dat de Italiaanse Republiek niet rechtens genoegzaam heeft aangetoond waarom enkel de door Agusta vervaardigde helikopters de vereiste bijzondere technische kenmerken zouden hebben. Bovendien heeft zij enkel benadrukt wat de voordelen zijn van de interoperabiliteit van de door haar verschillende korpsen gebruikte helikopters. Zij heeft echter niet aangetoond in hoeverre een verandering van leverancier haar zou hebben gedwongen tot de aankoop van volgens een andere techniek vervaardigd materieel en dat dit tot incompatibiliteit of onevenredige technische moeilijkheden bij het gebruik of het onderhoud zou leiden. ...................
Vindplaats: http://www.curia.europa.eu
Tweede vraag […] Er moet dus nog worden onderzocht of deze entiteit is opgericht met het specifieke doel om te voorzien in andere behoeften van algemeen belang dan die van industriële of commerciële aard. Wat in de eerste plaats het doel van de oprichting van de betrokken entiteit en de aard van de behoeften waarin wordt voorzien betreft, moet worden vastgesteld dat Fernwärme Wien, zoals blijkt uit het bij het Hof ingediende dossier, is opgericht met het specifieke doel om op het grondgebied van de stad Wenen te voorzien in de verwarming van woningen, openbare gebouwen, bedrijfsgebouwen of kantoren door het gebruik van energie uit afvalverbranding. Tijdens de terechtzitting voor het Hof is opgemerkt dat dit verwarmingssysteem thans 250 000 woningen, talrijke kantoren en industriële installaties alsmede nagenoeg alle openbare gebouwen verzorgt. Voorzien in de verwarming voor een stedelijke agglomeratie door middel van een milieuvriendelijk procedé, vormt onmiskenbaar een doel van algemeen belang. Dat Fernwärme Wien is opgericht met het specifieke doel te voorzien in behoeften van algemeen belang, kan dus niet worden betwist. Het doet er in dit verband niet toe dat in dergelijke behoeften ook door particuliere ondernemingen wordt of kan worden voorzien. Het is van belang dat het gaat om behoeften waarin de staat of een territoriaal lichaam om redenen van algemeen belang in het algemeen besluit zelf te voorzien of ten aanzien waarvan zij een beslissende invloed willen behouden (zie in die zin arresten van 10 november 1998, BFI Holding, C 360/96, Jurispr. blz. I 6821, punten 44, 47, 51 en 53, alsmede 10 mei 2001, Agorà en Excelsior, C 223/99 en C 260/99, Jurispr. blz. I 3605, punten 37, 38 en 41). In de tweede plaats moet voor het onderzoek of de in het hoofdgeding aan de orde zijnde entiteit voorziet in andere behoeften dan die van industriële of commerciële aard, rekening worden gehouden met alle relevante gegevens, rechtens en feitelijk, zoals de omstandigheden waaronder de betrokken instelling is opgericht en de voorwaarden waaronder zij werkzaam is. Dienaangaande is het met name van belang, na te gaan of de betrokken instelling haar activiteiten uitoefent in een concurrentiesituatie (zie arrest van 22 mei 2003, Korhonen e.a., C 18/01, Jurispr. blz. I 5321, punten 48 en 49 alsmede aldaar aangehaalde rechtspraak). Zoals in punt 39 van dit arrest is uiteengezet, is Fernwärme Wien opgericht met het specifieke doel te voorzien in verwarming op het grondgebied van de stad Wenen. Vaststaat dat het nastreven van winst niet voorop heeft gestaan bij de oprichting ervan. Weliswaar is het niet uitgesloten dat deze activiteit winst kan opleveren in de vorm van dividenduitkeringen aan de aandeelhouders van die entiteit, maar het nastreven van winst vormt niet het hoofddoel ervan (zie in die zin arrest Korhonen e.a., reeds aangehaald, punt 54). Wat vervolgens de relevante economische context betreft of, anders gezegd, de relevante markt waarmee rekening moet worden gehouden om na te gaan of de betrokken entiteit haar activiteiten al dan niet uitoefent in een concurrentiesituatie, moet, zoals de advocaat-generaal in overweging geeft in de punten 53 en 54 van zijn conclusie, gelet op de functionele uitlegging van het begrip „publiekrechtelijke instelling”, de sector waarvoor Fernwärme Wien is opgericht, te weten die van de levering van stadsverwarming door gebruik van energie uit afvalverbranding, in aanmerking worden genomen. Uit de verwijzingsbeschikking blijkt dat Fernwärme Wien in deze sector de facto vrijwel een monopoliepositie inneemt, aangezien de twee andere vennootschappen die hun activiteiten in deze sector uitoefenen, van verwaarloosbare grootte zijn en derhalve geen werkelijke concurrenten kunnen zijn. Bovendien is deze sector zeer autonoom, in die zin dat het systeem voor stadsverwarming zeer moeilijk door andere vormen van energie zou kunnen worden vervangen omdat dit omvangrijke aanpassingswerkzaamheden zou vergen. Ten slotte hecht de stad Wenen ook uit milieuoverwegingen bijzonder belang aan dit verwarmingssysteem. Gelet op de druk van de publieke opinie, zou zij dan ook niet toestaan dat het systeem werd afgeschaft, zelfs niet indien dit systeem met verlies zou functioneren. Gelet op deze verschillende aanwijzingen van de verwijzende rechter blijkt, zoals ook de advocaat-generaal opmerkt in punt 57 van zijn conclusie, dat Fernwärme Wien thans de enige onderneming is die in de betrokken sector in dergelijke behoeften van algemeen belang kan voorzien, zodat zij zich bij het plaatsen van haar opdrachten zou kunnen laten leiden door andere dan economische overwegingen. Het Hof heeft in de reeds aangehaalde arresten BFI Holding (punt 49) en Agorà en Excelsior (punt 38) opgemerkt, dat het bestaan van een sterke concurrentie een aanwijzing kan zijn dat het niet gaat om een behoefte van algemeen belang van andere dan van industriële of commerciële aard. In de omstandigheden van het hoofdgeding blijkt uit het verzoek om een prejudiciële beslissing duidelijk, dat aan dit criterium van het bestaan van een sterke concurrentie in het geheel niet is voldaan. Hieraan moet worden toegevoegd dat in dit verband irrelevant is dat de betrokken entiteit naast haar taak van algemeen belang tevens andere activiteiten met een winstoogmerk verricht, zolang zij zich blijft kwijten van de taken ten behoeve van het algemeen belang die haar specifiek zijn opgedragen. Het aandeel van de met een winstoogmerk uitgeoefende activiteiten in de algehele activiteiten van deze entiteit is voor de kwalificatie ervan als publiekrechtelijke instelling evenmin relevant (zie in die zin arrest Mannesmann Anlagenbau Austria e.a., reeds aangehaald, punt 25; arrest van 27 februari 2003, Adolf Truley, C 373/00, Jurispr. blz. I 1931, punt 56, en arrest Korhonen e.a., reeds aangehaald, punten 57 en 58). Gelet op de voorgaande overwegingen, moet op de tweede vraag worden geantwoord dat een entiteit als Fernwärme Wien moet worden aangemerkt als een publiekrechtelijke instelling in de zin van artikel 2, lid 1, sub a, tweede alinea, van richtlijn 2004/17 en artikel 1, lid 9, tweede alinea, van richtlijn 2004/18. Derde vraag Met zijn derde vraag wenst de verwijzende rechter te vernemen of alle opdrachten die worden geplaatst door een entiteit met de hoedanigheid van publiekrechtelijke instelling in de zin van richtlijn 2004/17 of richtlijn 2004/18, aan de regels van de ene of van de andere richtlijn moeten worden onderworpen, hoewel door effectieve maatregelen een duidelijke scheiding kan worden aangebracht tussen de activiteiten die deze instelling verricht ter vervulling van haar taak te voorzien in behoeften van algemeen belang, en de activiteiten die zij uitoefent onder mededingingsvoorwaarden, en met welke scheiding kruiselingse financiering van deze twee soorten activiteiten wordt uitgesloten. […] Op de derde vraag moet […] worden geantwoord dat voor opdrachten die door een entiteit met de hoedanigheid van publiekrechtelijke instelling in de zin van de richtlijnen 2004/17 en 2004/18 worden geplaatst en die verband houden met de uitoefening van activiteiten van deze entiteit in een of meer van de in de artikelen 3 tot en met 7 van richtlijn 2004/17 bedoelde sectoren, de procedures van deze richtlijn moeten gelden. Daarentegen gelden voor alle andere opdrachten die door deze entiteit worden geplaatst in verband met de uitoefening van andere activiteiten, de procedures van richtlijn 2004/18. Elk van deze twee richtlijnen is van toepassing zonder onderscheid tussen de activiteiten welke die entiteit uitoefent ter vervulling van haar taak te voorzien in behoeften van algemeen belang, en de activiteiten die zij uitoefent onder mededingingsvoorwaarden, zelfs in geval van een boekhouding waarin de scheiding wordt nagestreefd van de sectoren waarbinnen zij werkzaam is, om kruiselingse financiering tussen deze sectoren te voorkomen. ...................
Vindplaats: http://www.curia.europa.eu
De fundamentele regels van het Verdrag inzake de vrijheid van vestiging en de vrijheid van dienstverrichting alsmede het algemene verbod van discriminatie verzetten zich tegen een nationale regeling die de aanbestedende diensten, wat opdrachten betreft met een waarde beneden de drempel van artikel 6, lid 1, sub a, van richtlijn 93/37 en met een duidelijk grensoverschrijdend belang, dwingend ertoe verplicht om ingeval meer dan vijf geldige inschrijvingen zijn ingediend, automatisch de inschrijvingen uit te sluiten die volgens een in deze regeling vastgelegd mathematisch criterium in verhouding tot het uit te voeren werk abnormaal laag worden geacht, zonder dat die aanbestedende diensten een mogelijkheid wordt gelaten om de samenstelling van deze inschrijvingen te onderzoeken door de betrokken inschrijvers om preciseringen daarover te verzoeken. Dit zou niet het geval zijn indien in een nationale of lokale regeling dan wel door de betrokken aanbestedende dienst, op grond van een excessief groot aantal inschrijvingen waardoor de aanbestedende dienst zou kunnen worden gedwongen tot een contradictoire verificatie van een dusdanig groot aantal inschrijvingen dat dit zijn administratieve mogelijkheden te buiten zou gaan, of de verwezenlijking van het project in gevaar zou kunnen komen wegens de vertraging die deze verificatie met zich zou kunnen brengen, een redelijke drempel zou worden vastgesteld waarboven abnormaal lage inschrijvingen automatisch zouden worden uitgesloten. ...................
Hof van Beroep Antwerpen, arrest van 18 september 2007 – Overheidsopdrachten – Door aanbestedende overheid aangestelde architect – Optreden van architect in kader van het onderzoek naar blijkbaar abnormaal hoge of lage inschrijvingsprijzen of totale prijzen – Rechtsgeldig – Terechte afwijzing van inschrijving wegens abnormaal hoge of lage prijzen – Motiveringsplicht
Vindplaats: NjW 2008, p. 30.
De door het bestuur aangestelde architect dient met dit bestuur te worden gelijkgesteld en is wel degelijk bevoegd om aan een inschrijver, bij toepassing van artikel 110, § 3 van het KB van 8 januari 1996, per aangetekende brief te vragen de nodige verantwoordingen te verstrekken binnen een termijn van 12 kalenderdagen over blijkbaar abnormaal hoge of lage inschrijvingsprijzen of totale prijzen. De aangetekende brief van de architect is dan ook een rechtsgeldige kennisgeving in de zin van voormeld artikel. ...................
Vindplaats: NjW 2008, p. 360.
Het algemeen principe bij overheidsopdrachten is de forfaitaire prijs, de prijsherziening is de uitzondering. Er is slechts sprake van een recht op herziening voor zover de aanbestedende overheid het toestaat. Indien een verbod bestaat of de overeenkomst hierover niets vermeldt, moet de opdracht worden beschouwd als zijnde gegund volgens de regel van het absolute forfait. De overheid heeft de keuze om al dan niet een prijsherzieningsformule in het bestek op te nemen, zonder dat daarvoor een bijzondere beslissing of motivering dient gegeven te worden. ...................
Vindplaats: NjW 2008, p. 404.
Het feit dat de gunningsbeslissing niet vernietigd werd door de Raad van State doet geen afbreuk aan de bevoegdheid van de rechtbanken van de rechterlijke macht om uitspraak te doen over geschillen betreffende subjectieve rechten. Uit het loutere feit dat de Raad van State de afstand van de vordering in de nietigverklaring van de gunningsbeslissing heeft vastgesteld omwille van een vastgestelde onregelmatigheid bij de voortzetting van de administratieve procedure kan geen afstand van recht om schadevergoeding wegens een door het bestuur begane quasi delictuele fout worden afgeleid. De lage prijs door een aannemer ingediend voor een heel kleine bestekspost was niet van aard om de gelijkheid tussen de inschrijvers aan te tasten. Door de offerte als onregelmatig te beschouwen en te weren heeft de aanbestedende overheid kennelijk onredelijk geoordeeld en foutief gehandeld door een verkeerde toepassing van artikel 110 KB 8 januari 1996. ...................
Vindplaats: NjW 2008, p. 410.
Daar de hoofdsom was betaald en slechts nog 254,75 euro aan vervallen interesten verschuldigd was kon de aannemer zich in geen geval beroepen op art. 15, § 6 AAV, nu deze bepaling slechts kan worden ingeroepen op voorwaarde dat dit gerechtvaardigd is door het belang van de achterstallige betalingen. Dergelijk bedrag was veel te gering om verdere stillegging van de werken te wettigen. De houding van de aannemer druiste in dit geval volkomen in tegen het principe van de goede trouw. BAETEN, S., De ongelijke behandeling van het overheidsondernemen door de wetgeving inzake overheidsopdrachten, in het licht van de richtlijnen en de rechtspraak van het Hof van Justitie ter zake, T.B.P. 2008, afl. 4, 195-205 BEL, N., Aanscherping van rechtsbescherming in aanbestedingszaken. Een bespreking van Richtlijn 2007/66/EG, NTER 2008, afl. 4, 106-112 en http://www.nter.nl (25 april 2008) BELEYN, J., RONSE, S., Enkele administratiefrechtelijke aspecten van leasing van en door lokale besturen BERGEVOET, J., De toepassing van het transparantiebeginsel bij niet-gereglementeerde opdrachten nader beschouwd, NTER 2008, afl. 4, 113-118 en http://www.nter.nl (25 april 2008) BLONDIAU, P., Relations communes/intercommunales. Etat de la ques-tion, Mouv. comm. 2006, afl. 8-9, 380-387 BOLLEN, S., Marchés publics: nouveautés avant réforme globale, Mouv. comm. 2006, afl. 3, 151-152 DE KONINCK, C. en RONSE, T., European Public Procurement Law. The European Public Procurement Directives and 25 years of jurisprudence by the Court of Justice of the European Communities. Texts and Analy-sis, Wolters Kluwer, Austin-Boston-Chicago-New York, 2008 DE KONINCK, C., FLAMEY, P., THIEL, P. en O. VANKERKHOVE , Jaarboek Overheidsopdrachten/Chronique des marchés publics 2007-2008, Brussel, EBP, 2008. DORSSEMONT, F., Hof van Justitie censureert sociale clausule bij openbare aanbestedingen, Juristenkrant 2008, afl. 169, 3 DURVIAUX, A., La promotion immobilière et les marchés publics, Jurim Pratique 2008, afl. 1, 59-76 GILLET, E., DEPRE, L., THIEL, P., DE PLAEN, E., BOUCQUEY, P., Les par-tenariats public-privé, Mouv. comm. 2006, afl. 4, 191-196 MOISES, F., JAMINET, J., Partenariat Public-Privé et logements en Région wallonne, Mouv. comm. 2006, deel 1: afl. 5, 262-273, deel 2: afl. 6-7, 323-334 SCHURMANS, M., Wet overheidsopdrachten aan Europese richtlijnen aangepast, RABG 2008, 70-73. SMOOS, M., Des partenaires privés pour le logement public? [Région wal-lonne], Mouv. comm. 2006, afl. 4, 197-199 VAN GARSSE, S., Het onderscheid tussen selectie- en gunningscriteria bij overheidsopdrachten, R.W. 2007-08, afl. 30, 1247-1249 en http://www.rwe.be (2 april 2008) VAN MELSEN, R., Aperçu de jurisprudence de la Cour de justice des Com-munautés européennes et du Conseil d'Etat en matière de passation de marchés publics (2003-2007), C.D.P.K. 2007, afl. 4, 519-572 VANDENDRIESSCHE, F., Prijsherziening bij overheidsopdrachten (noot onder Antwerpen 27 november 2007), NjW 2008, afl. 181, 361-362 VOREL, M. en VAN NULAND, N., “ASEMFO: Een nieuwe uitzondering op de aanbestedingsregels?”, TBO 2007, 165-170. WAUTERS, K., GHYSELS, J., ANTHIERENS, J., Overheidsopdrachten. Rechtspraak Hof van Justitie 2001-2007, Gent, Larcier, 2008.
Belangrijke juridische kennisgeving - Disclaimer
Hoewel bij de realisatie van deze nieuwsbrief een zo groot mogelijke nauwkeurigheid en correctheid werd nagestreefd, kan voor de aanwezigheid van eventuele (druk)fouten, onvolkomen- en onvolledigheden niet worden ingestaan en aanvaardt EBP hiervoor geen aansprakelijkheid. De gebruiker van deze nieuwsbrief erkent en aanvaardt, door de loutere aanwending van de inhoud ervan, voormelde afwijzing van aansprakelijkheid. |
Ontdek de nieuwe data van onze seminaries voor 2008!
Nieuw! Vanaf 1 januari 2008 zijn wij vrijgesteld van BTW voor onze seminaries!
Ontdek de portaalsite voor overheidsaankopers: www.publicationsonline.be en zijn meerdere fonctionnaliteiten!
![]()
Deze studiedag brengt de in-house contracten en PPS-mogelijkheden voor besturen onder het licht: welke is de geldende regelgeving?
Wat met het gemeentedecreet? Aan de hand van recente praktijkvoorbeelden worden de laatste wijzigingen uiteengezet door onze vier gastsprekers.
Bent u betrokken bij het aankoopproces binnen uw bestuur, dan dient u de wetgeving overheidsopdrachten scrupuleus na te leven.
Als ervaren aankoper weet u dat dit proces niet vrij is van integriteitsrisico's die de reputatie van uw organisatie
ernstig kunnen schaden!
Hoe kan u een evenwicht vinden tussen de operationele behoeftes van uw bestuur aan ICT-benodigdheden en de wet overheidsopdrachten?
Praktijkgericht dagseminarie met al de nuttige tips voor uw ICT-aankoopbeleid.
Het (operationeel) leasen van voertuigen is een wijd verspreidde techniek.
Waarschijnlijk doet u het als bestuur ook of denkt u eraan. Nochtans wijst de praktijk uit dat niet steeds om de juiste redenen deze techniek wordt gehanteerd.
U zit in de sector van de werken en u wordt dagelijks geconfronteerd met de praktische uitvoering van de wetgeving op de overheidsopdrachten.
Deze wetgeving is een opgelegd instrument dat u enerzijds toelaat uw werkendossiers te stroomlijnen volgens dezelfde procedures en regels, maar dat u anderzijds opzadelt met soms in de praktijk moeilijk toepasbare uitvoeringsmodaliteiten.
De nieuwe wet overheidsopdrachten werd op 15 februari in Het Belgisch Staatsblad gepubliceerd!
Wat zal deze nieuwe wet in 2007 in uw dagdagelijks praktijk veranderen?
Wanneer zullen de KB's ter uitvoering van de wet klaar zijn?
Hoe een opdracht tot een goed einde brengen na de toewijzing? Deze opleiding doorloopt de uitvoeringsregels
en legt een accent op de praktische implicaties ervan. Concreet bruikbare bagage om uw opdrachten tot een goed einde te brengen!
U doet aankopen voor uw bestuur of u moet het binnenkort gaan doen ?
EBP reikt u opnieuw een aantal sessies aan van haar basisopleiding "hoe succesvol overheidsopdrachten toewijzen?".
De praktische toepassing van de reglementering overheidsopdrachten op dienstenopdrachten.
Als aankoopprocedure is de onderhandelingsprocedure een godsgeschenk.
Hoe deze procedure in de praktijk correct en tot het maximum van haar capaciteit benutten?
Een goed opgemaakt lastenboek is het noodzakelijke fundament voor een succesvolle opdracht.
Een gebrekkig lastenboek zal de correcte toewijzing en de succesvolle uitvoering van uw overheidsopdrachten hypothekeren!
In functie van uw behoefte kunnen opleiding op maat gemaakt worden.
Stuur ons uw vraag en wij werken een oplossing voor u uit.
Moet u uw opdracht ook Europees bekend maken ?
Dan kan het door u aangemaakte publicatiebericht op het zelfde moment zowel naar het BDA als naar het Europees Publicatieblad (EPS) online doorsturen (eerst EPS dan BDA) ! Dus geen dubbel werk meer, één keer aanmaken, met één druk op de knop direct versturen naar de 2 publicatieorganen !
Zit u nog in de propectiefaze ?
Dankzij de module "marktverkenning" vindt u op publicatiesonline meer dan 4 000 recente voorbeeld lastenboeken van collega's ! Op basis van het voorwerp van de opdracht ontdekt u via een eenvoudige boomstructuur én de volledige publicatie én het bijhorende lastenboek, onmiddellijk en onbeperkt downloadbaar. Zo weet u direct wie van uw collega's gelijkaardige aankopen deden in het nabije verleden en hoe zij hun lastenboek hebben samengesteld.
U zoekt leveranciers in het kader van onderhandelingsprocedures zonder bekendmaking / aankopen op eenvoudige factuur ?
U zoekt meer offertes ?
Via de module "marktbevraging" kan u de elementen (voorwerp, administratieve eisen, technische specificaties, ...) van uw onderhandse vraag oplijsten,
daarna in het systeem die leveranciers aanmaken aan wie u uw vraag wenst te versturen en/of gebruik maken van de reeds bestaande leveranciersdatabank
die eenvoudig toegankelijk is per sector/activiteit.
U bereikt zo bedrijven die hun interesse om voor besturen te werken expliciet hebben aangegeven. Het systeem stuurt uw vraag electronisch rechtstreeks door aan de door u geselecteerde bedrijven. Aan hun om daarna verder direct met u contact op te nemen. Tip : U kan deze module niet enkel voor het opvragen van offertes doch ook voor het opvragen van (technische) documentatie aanwenden !
We hopen dat deze nieuwe functionaliteiten u helpen bij uw aanbestedingspraktijk en zijn benieuwd naar uw reacties !
Met vriendelijke groeten,
Bruno De Mulder,
EBP consultant overheidsopdrachten.
Voor meer info over hoe EBP u kan bijstaan bij het voeren van uw overheidsopdrachten verwijs ik u graag naar www.ebp.be
Zit u met een vraag dan kan u ook vrijblijvend met ons contact opnemen via support@ebp.be of bel ons op het nummer 02-420 68 60. |
| © EBP 2008 l www.ebp.be l Leopold II laan 157, 1080 Brussel l T:02/420.68.60. l info@ebp.be | |
| Om geen mails meer van ons te krijgen, stuurt u best een mail naar remove@ebp.be |