Print the newsletter

 

Inhoud:
 
Wetgeving
Publicatiesonline.be pakt prijzen !!!
Rechtspraak
Opleidingen en studiedagen georganiseerd door EBP
Rechtsleer
Diverse publicaties
Nieuwe vindplaatsen geconsolideerde wet- en regelgeving overheidsop-drachten
 

 

Wetgeving

Nieuwigheden in de aankomende overheidsopdrachtenwet (Deel 2)

 

In het Publicatieblad van de Europese Unie van 30 april 2004 werden Richtlijn 2004/17/EG van het Europees Parlement en de Raad van 31 maart 2004 houdende coördinatie van de procedures voor het plaatsen van opdrachten in de sectoren water- en energievoorziening, vervoer en postdiensten en Richtlijn 2004/18/EG van het Europees Parlement en de Raad van 31 maart 2004 betreffende de coördinatie van de procedures voor het plaatsen van overheidsopdrachten voor werken, leveringen en diensten gepubliceerd.

Deze richtlijnen bevatten een niet-onbelangrijk aantal vernieuwingen en aanpassingen t.o.v. de door deze richtlijnen te vervangen richtlijn Nutsbedrijven (93/38/EEG)() en de richtlijnen Werken (93/37/EEG), Leveringen (93/36/EEG) en Diensten (92/50/EEG)().

De richtlijnen 2004/17/EG en 2004/18/EG zullen eerlang ook min of meer diepgaande gevolgen hebben op de Belgische overheidsopdrachten­reglementering. Meer bepaald zal in het najaar 2005 een volledig nieuwe overheidsopdrachtenwet worden gepubliceerd.

In voorliggende nieuwsbrief worden een tweede reeks van voorgenomen aanpassingen, verbeteringen en nieuwigheden die de nieuwe overheidsopdrachtenwet met zich zal meebrengen, onder de loep genomen. In de vorige EBP-Newsletter (nr. 2, oktober 2005), werden een eerste reeks geplande innovaties tegen het licht gehouden.

Richtlijn 93/38/EEG werd ingetrokken op het ogenblik van de publicatie van richtlijn 2004/17/EG.
Richtlijnen 92/50/EEG (diensten), 93/36/EEG (Leveringen) en 93/37/EEG (Werken) worden op 31 januari 2006 ingetrokken.

Onderhandelingsprocedure - Algemene bepaling

Tijdens de onderhandelingen verzekert de aanbestedende overheid de gelijke behandeling van alle inschrijvers.

De aanbestedende overheid verstrekt geen discriminerende informatie die bepaalde inschrijvers kan bevoordelen.
Onderhandelingsprocedure zonder bekendmaking
  • In de hypothese van de dwingende spoed voortvloeiende uit onvoorziene gebeurtenissen verduidelijkt de wet dat de ingeroepen omstandigheden geenszins aan aanbestedende overheid mogen te wijten zijn.
  • In de hypothese dat enkel onregelmatige of onaanvaardbare offertes werden ingediend, kan aanbestedende overheid bij niet-Europese aanbesteding, offerteaanvraag of concurrentiedialoog - teneinde de mededinging te verruimen – naast de inschrijvers die een formeel regelmatige offerte hebben ingediend ook andere aannemers, leveranciers of dienstverleners raadplegen die volgens haar voldoen aan de eisen inzake het toegangsrecht en kwalitatieve selectie.
  • Gunning van herhalingsopdrachten: de gunningsbeslissing inzake een of meer nieuwe opdrachten met een repetitief karakter moet worden genomen binnen een periode van drie jaar die volgt op de toewijzing van de oorspronkelijke opdracht.
  • Met betrekking tot bijkomende leveringen door de oorspronkelijke leverancier wordt verduidelijkt dat de principiële looptijd van drie jaar van de basisopdracht aanvangt vanaf de toewijzing van de oorspronkelijke opdracht. De nabestellingen moeten binnen die termijn gebeuren en mogen zelf in principe evenmin drie jaar overschrijden.
  • Aanvullende leveringen van dezelfde aard en met dezelfde kenmerken kunnen ingevolge onvoorziene omstandigheden aan de oorspronkelijke leverancier worden gegund onder de tweeledige voorwaarde dat het samengevoegde bedrag van alle aanvullende leveringen niet hoger ligt dan vijftig pct. van de oorspronkelijke opdracht en het samengevoegde bedrag van alle opdrachten, dus met inbegrip van de oorspronkelijke opdracht, de drempels voor de Europese bekendmaking niet bereikt.
  • Nieuw ingevoegde hypothese: de op een grondstoffenmarkt genoteerde en aangekochte leveringen. Op grondstoffenbeurs immers is de mededinging niet beperkt.
  • Nieuw ingevoegde hypothese: aankopen tegen bijzonder gunstige voorwaarden bij een onderneming die haar commerciële activiteiten definitief stopzet of bij curatoren of vereffenaars van een faillissement of een gerechtelijk akkoord.
Onderhandelingsprocedure mét bekendmaking
  • De mogelijkheid van gunning middels de onderhandelingsprocedure in uitzonderlijke gevallen waarbij het gaat om werken of diensten waarvan de aard of de onzekere omstandigheden verhinderen op voorhand een globale prijs vast te stellen, wordt uitgebreid tot leveringen.
  • Bij reservatie van de toegang tot de opdracht voor beschutte werkplaatsen en sociale inschakelingsondernemingen, voor zover het geraamde bedrag van de opdracht lager is dan de Europese aanbestedingsdrempels.
  • Nieuw: werken, leveringen en diensten beneden de Europese aanbestedingsdrempels. Voor de overheidsopdrachten voor werken wordt een maximumbedrag van 300.000 euro exclusief BTW mogelijks als passend beschouwd.
Ontwerp en bouw complex sociale woningen

Gewestregeringen kunnen voor overheidsopdrachten die betrekking hebben op het ontwerp en de bouw van een complex van sociale woningen, een bijzondere gunningsprocedure vastleggen die tot doel heeft de aannemer te kiezen die het meest geschikt is om te worden opgenomen in een team dat ook uit afgevaardigden van de aanbestedende overheid en deskundigen bestaat.

Er wordt uitgegaan van de hypothese dat het plan, de omvang, de complexiteit en de vermoedelijke duur van de werken ertoe nopen dat er van meet af aan een nauwe samenwerking in teamverband tussen de diverse bij het project betrokken protagonisten noodzakelijk is.
Onderscheid “gunning” en “toewijzing”
  • Gunning opdracht: beslissing aanbestedende overheid tot aanduiding begunstigde opdracht en, in voorkomend geval, tot goedkeuring van zijn offerte. De informatie over deze beslissing aan de begunstigde doet geen enkele contractuele verbintenis ontstaan
  • Toewijzing opdracht: doet de overeenkomst ontstaan en geschiedt door betekening ervan aan de begunstigde opdracht.
Toewijzing en wachttermijn

De aanbestedende overheid dient een wachttermijn te respecteren alvorens de opdracht toe te wijzen, zodat geweerde inschrijvers middels een spoedprocedure beroep kunnen aantekenen tegen de gunning van de opdracht.

In tegenstelling tot het huidige art. 21bis Wet wordt niet voorzien in een wachttijd voor niet-geselecteerde kandidaten in een tweestapsprocedure (beperkte offerteaanvraag of beperkte aanbesteding).

Het toewijzen van een opdracht vóór het verstrijken van de wachttermijn is volstrekt nietig.

Het respecteren van een wachttermijn is enkel vereist voor overheidsopdrachten vallende onder de klassieke sectoren.

Zodra de opdracht is toegewezen, is de overeenkomst niet meer vatbaar voor schorsing of vernietiging door de rechter op grond van een onregelmatige gunning. De eventueel geleden schade kan enkel aanleiding geven tot de betaling van schadevergoeding.
Nastreven sociale doelstellingen bij uitvoering overheidsopdracht

Bijvoorbeeld:

  • Opleiden langdurige werklozen en jongeren;
  • Arbeidsparticipatie van moeilijk in arbeidsproces te integreren personen

Deze uitvoeringsvoorwaarden mogen niet rechtstreeks of onrechtstreeks discriminerend zijn ten aanzien van de niet-nationale inschrijvers.

Deze uitvoeringsvoorwaarden moeten worden vermeld in de aankondiging van opdracht of het bestek

Opdrachten in percelen

Wanneer een overheidsopdracht in verschillende percelen wordt onderverdeeld, vervalt de regel dat de aanbestedende overheid slechts gebruik kon maken van haar recht er slechts enkele te gunnen en eventueel te besluiten één of meer andere op te nemen in één of meer nieuwe opdrachten die desnoods op een andere wijze worden gegund, voor zover zij zich dit recht uitdrukkelijk had voorbehouden in het bestek.

Opdracht bestaande uit een vast en een voorwaardelijk gedeelte

Een overheidsopdracht kan bestaan uit een of meer vaste gedeelten en een of meer voorwaardelijke gedeelten. Wel moet de overheid de noodzaak daarvan aantonen.

De toewijzing heeft betrekking op de volledige opdracht, doch de aanbestedende overheid is enkel gebonden door de vaste gedeelten.

De uitvoering van elk voorwaardelijk gedeelte is afhankelijk van een beslissing van de aanbestedende overheid.

Verlenging van een overheidsopdracht

In het bestek of de aankondiging van de opdracht kunnen één of meer verlengingen voorzien zijn.

De gunningsprocedure heeft in dat geval niet enkel betrekking op de uitvoering van de basisovereenkomst, maar ook op de verlengingen.

De volledige looptijd, met inbegrip van de verlengingen dient beperkt te blijven tot 4 jaar na toewijzen van de opdracht.

erschil met artikel 17, § 2, 2° b) Wet: In het geval voorzien door artikel 17, § 2, 2° b) Wet mag de opdracht gegund worden bij onderhandelingsprocedure zonder bekendmaking. Dit veronderstelt dat de partijen, indien gewenst, onderhandelingen kunnen aanknopen en elke partij de vrijheid heeft de uitvoering van de nieuwe gelijkaardige werken of diensten te weigeren.

Samengevoegde opdrachten

Dergelijke opdrachten kunnen gezamenlijk worden toegewezen voor rekening van twee of meer aanbestedende overheden maar ook voor rekening van aanbestedende overheden en privaatrechtelijke personen, ongeacht of deze laatsten de hoedanigheid van aanbestedende overheid bezitten.

De voorwaarden van de opdracht kunnen voorzien in een afzonderlijke betaling voor elk van die personen.
Catalogering van een “gemengde overheidsopdracht”

Voor opdracht die deels valt onder klassieke sectoren en deels onder de nutssecoren geldt de regel dat de opdracht wordt gegund overeenkomstig regels van toepassing op activiteit waarvoor die hoofdzakelijk bestemd is

In geval van onmogelijkheid van een objectieve vaststelling voor welke activiteit de opdracht hoofdzakelijk is bedoeld, dient gebruik te worden gemaakt van volgende regels:

  • activiteit(en) behorende tot klassieke stelsel + activiteit(en) behorende tot speciale sectoren: de striktere regels van het klassieke stelsel zijn van toepassing.
  • activiteit(en) behorende tot speciale sectoren + werkzaamheid waarop de overheidsopdrachtenwet niet van toepassing is: de regels van de speciale sectoren gelden.

20 JULI 2005 - Koninklijk besluit tot wijziging van drie koninklijke besluiten genomen ter uitvoering van de wet van 24 december 1993 betreffende de overheidsopdrachten en sommige opdrachten voor aanneming van werken, leveringen en diensten

In het Belgisch Staatsblad van 22 augustus 2005 is het Koninklijk Besluit van 20 juli 2005 gepubliceerd waarmee de koninklijke besluiten van 8 en 10 januari 1996 en het Koninklijk Besluit van 18 juni 1996 worden gewijzigd.

Het federaal regeerakkoord bepaalt dat bij het uitschrijven van overheidsopdrachten de aanbestedende overheden vanaf 1 juli 2004 geen attesten of getuigschriften meer mogen opvragen die al elektronisch beschikbaar zijn.

Het Koninklijk Besluit van 20 juli 2005 voert dit onderdeel van het regeerakkoord nu uit: de aanbestedende overheid die via elektronische middelen kosteloos toegang heeft tot informatie dienstig om de persoonlijke situatie en bekwaamheid van kandidaten of inschrijvers na te gaan, in het kader van de gunning van overheidsopdrachten mag attesten en getuigschriften vereist door de overheidsopdrachtenreglementering niet meer opvragen. Zij moet dit nu zelf doen.

oortaan kunnen volgende gegevens via elektronische middelen worden geraadpleegd:

1. het RSZ-attest :

Het RSZ-attest betreffende het voorlaatste kwartaal dat voorafgaat aan de uiterste ontvangstdatum voor de kandidaturen of offertes wordt dus niet meer opgevraagd bij de kandidaten of inschrijvers. Dit is reeds het geval voor de opdrachten en offertes waarvan de waarde lager is dan 22.000 euro exclusief BTW (artikels 17bis, § 4, 43bis, § 4, en 69bis, § 4, van het koninklijk besluit van 8 januari 1996, artikels 17bis, § 4, 39bis, § 4, en 60bis, § 4, van het koninklijk besluit van 10 januari 1996).

De aanbestedende overheid gaat zelf na of de kandidaten of inschrijvers hun verplichtingen als bedoeld in voormelde bepalingen hebben vervuld, door zelf het bestand van de RSZ on line te raadplegen of door het bestand van de RSZ op te vragen.

Als die overheid niet bij machte is om de elektronische raadpleging uit te voeren, moet deze zich wenden tot de RSZ-dienst die een gelijkwaardig papieren attest zal toesturen. Het is immers belangrijk dat het verwachte effect van administratieve vereenvoudiging gegarandeerd wordt aan de kandidaten en inschrijvers.

De aanbestedende overheid vermeldt in de aankondiging van de opdracht of, wanneer de aankondiging niet moet worden gepubliceerd, in het bestek, of zij toegang heeft tot de elektronische middelen die haar toelaten de voormelde controle uit te voeren.

2. de jaarrekeningen :

De jaarrekeningen van de drie laatste jaren zijn opvraagbaar via elektronische raadpleging van de Balanscentrale van de Nationale Bank van België. Deze raadpleging laat eveneens toe de globale omzet van de kandidaat-ondernemingen of inschrijvers na te gaan voor de ondernemingen die zijn onderworpen aan de bekendmaking van het volledig boekhoudkundig schema.

De aanbestedende overheid vermeldt in de aankondiging van de opdracht of, wanneer de aankondiging niet moet worden gepubliceerd, in het bestek, of zij toegang heeft tot de elektronische middelen die haar toelaten de voormelde controle uit te voeren.

3. de globale omzet tijdens de drie laatste boekjaren :

Deze informatie kan worden opgevraagd in het kader van de kwalitatieve selectie. In de gevallen vermeld onder 2° kan de globale omzet van de kandidaat of inschrijver echter eveneens worden gecontroleerd via de jaarrekeningen die werden neergelegd bij de Balanscentrale van de Nationale Bank van België.

4. de inschrijving als BTW-plichtige :

Deze informatie wordt gewoonlijk niet opgevraagd in het kader van de kwalitatieve selectie. De opvraging ervan kan evenwel nuttig zijn teneinde na te gaan of de kandidaat of inschrijver, althans in België, niet in het BTW-register werd geschrapt. De aanbestedende overheid verifieert dit via een elektronische consultatie van het BTW-bestand.

Het Koninklijk Besluit van 20 juli 2005 is op 1 oktober 2005 in werking getreden.

Terug naar inhoud

Publicatiesonline.be pakt prijzen !!!

Publicatiesonline.be heeft de ICT Trends Silver Award gewonnen. De jury loofde de website voor de uitgebreide mogelijkheden die ze biedt aan overheden bij het voeren van overheidsopdrachten. E-government avant la lettre!

Op vandaag worden tot 70 % van alle berichten die verschijnen in het Bulletin der Aanbestedingen door meer dan 2000 administraties/gebruikers aangemaakt via de website http://www.publicatiesonline.be/ !

Via http://www.publicatiesonline.be/ kan u uw publicatieberichten voor overheidsopdrachten die u enkel op Belgisch niveau dient te publiceren, gratis online aanmaken, corrigeren, bewaren en elektronisch doorsturen naar het Bulletin der Aanbestedingen. De publicatiemodellen hernomen in deze toepassing voldoen aan de wettelijke bepalingen die hierop van toepassing zijn.

Eens uw publicatie verschijnt, krijgt u een mail terug van het Bulletin der Aanbestedingen ter bevestiging!

Dit bespaart u en het Bulletin der Aanbestedingen heel wat tijd en moeite.

1. Maak uw publicatiebericht aan door gebruik te maken van "intelligente" invulformulieren !

Dit gaat snel en eenvoudig;
Fouten worden onmiddellijk aangeduid;
U hebt directe toegang tot alle noodzakelijk informatie (CPV codes, NUTS codes, enz);
De verzending naar het Bulletin der Aanbestedingen gebeurt elektronisch.

2. Maak ook gebruik van de mogelijkheid om uw lastenboek online zetten voor geïnteresseerde leveranciers zolang dat uw opdracht open staat !

Het gebruik van http://www.publicatiesonline.be/ om uw publicatiebericht aan te maken en door te sturen naar het Bulletin der Aanbestedingen, alsook het online zetten van uw lastenboek is gratis.

Terug naar inhoud

Rechtspraak
  • Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen, 13 januari 2005 , NjW, 2005, 795-797.
    Begrip “Aanbestedende dienst” – Samenwerkingsovereenkomsten tussen overheidsinstellingen – Begrip “Opdracht” – Verbod gebruik te maken van de onderhandelingsprocedure.  
  • Hof van Cassatie, 18 maart 2005 , T. Aann., 2005, 138-141
    Overheidsopdrachten – Onaangepaste contractuele prijsherzieningsformule – Over- en onderschatting der parameters en abnormale prijsevolutie – Interpretatie overeenkomsten – Gemeenschappelijke bedoeling der partijen – Overeenstemming met de werkelijkheid.
  • Hof van Beroep te Gent, 1 oktober 2004 , T. Aann., 2005, 142-149 met noot van de redactie.
    Onvoorziene funderingsproblematiek – Vertraging in de werken – Schadevergoeding – Artikelen 15, § 5 en 16, § 1 en 2 AAV.
  • Hof van Beroep te Bergen, 12 november 2004 , T. Aann., 2005, 150-155.
    Openbare aanbesteding – Abnormaal lage en hoge prijzen – Relatief karakter van de abnormaliteit – Verschillende behandeling en beoordeling bij de vraag naar prijsverantwoordingen wegens tijdsgebrek – Onregelmatige uitsluiting van de laagste inschrijver – Forfaitaire schadevergoeding van 10%.
  • Hof van Beroep te Antwerpen, 17 december 2002 , R.W., 2004-2005, 746-749, met noot M. Gelders: “Omtrent het gebrek aan Europese bekendmaking overheidsopdracht als rechtsgrond voor een maatregel in kort geding”.
    Overheidsopdrachten – Vereiste van Europese bekendmaking niet nageleefd – Kort geding - Verbod om overeenkomst te sluiten met de aannemer aan wie de opdracht werd toegewezen.
  •  Hof van Beroep te Antwerpen, 28 oktober 2003 , R.W., 2004-2005, 1183-1186.
    1. Overheidsopdrachten – Verplaatsen nutsleidingen – Verantwoordelijkheid van de concessieverlener – Naleving van termijn – Maatregelen van ambtswege.
    2. Verbintenis – Rente – Kapitalisatie – Voorwaarden – Vervallen interest – Bekentenis. 
  • Hof van Beroep te Antwerpen, 22 juni 2004 , NjW, 2005, 590-591.
    Overheidsopdrachten – Ervaring als gunningscriterium – Specificiteit van de overheidsopdracht.  
  • Hof van Beroep te Gent, 6 december 2001 , T. Aann., 2005, 332-343.
    Te laat toegekomen inschrijving omwille van een fout van de aanbestedende overheid.  
  • Raad van State, 17 juni 2004, nr. 132.571, NV Algemene Ondernemingen Pieters-De Gelder (in faillissement) t/ Belgacom , T.B.P., 2004, 661-667 (met uittreksel uit het verslag van de heer J. Stevens).
    Overheidsopdrachten – Belgacom – Autonoom overheidsbedrijf – Administratieve overheid – Oprichting gebouw gedeeltelijk bestemd voor de uitoefening van opdrachten van openbare dienst – Rechtsmacht Raad van State
  • Raad van State., 10 februari 2004, nr. 128.012, NV L. en NV M. t/ OVAM , Tijdschrift voor gemeenterecht, 2005, 155-156, met noot Van Heuven, D. en Logie, S., « De wachttermijn bij overheidsopdrachten, een vergiftigd geschenk ? », 156-158.
    Overheidsopdrachten – Administratief kort geding – Uitzonderingsprocedure – Wachttermijn – Uiterst dringende noodzakelijkheid.
  • Raad van State., 19 november 2003, nr. 125.482, NV Derriks t/ Gemeente Pont-à-Celles , TBP, 2005, 422.
    Bij een onderhandelingsprocedure is de motivering van de toewijzingsbeslissing voldoende wanneer zij de motieven weergeeft die de keuze van de overheid hebben bepaald. In dat kader waar de vrijheid van onderhandeling en toewijzing de regel blijft, is het in het bijzonder niet vereist dat de motivering de motieven weergeeft waarom elk van de offertes van de finaal niet gekozen inschrijvers minder interessant is bevonden. Zulke eis zou overigens geen zin hebben aangezien, conform de wet, de toewijzingsbeslissing voortvloeit niet alleen uit een vergelijking van de offertes maar ook uit de latere onderhandelingen met één van de geraadpleegde ondernemingen. (volgt verwerping)
  • Raad van State., 22 augustus 2003, nr. 122.275, NV AEG t/ Vlaamse Gewest , TBP, 2005, 67.
    Overheidsopdrachten – Splitsing van werk – Verschillende plaatsen – Splitsing gerechtvaardigd.
  • Raad van State., 22 augustus 2003, nr. 122.277, NV Dépannage De Cooman t/ Stad Brussel , TBP, 2005, 67.
    Overheidsopdrachten – Offerteaanvraag – Selectie- en gunningscriteria – Referenties - Ondeugdelijke motivering.
  • Raad van State., 3 juni 2003, nr. 120.103, BVBA Aelterman e.a. t/ Vlaams Gewest , TBP, 2005, 54.
    Overheidsopdrachten – Vrije varianten – Betekenis – Geen minimumvoorwaarden bepaald in bestek - Gevolg.
  • Raad van State, 16 januari 2003, nr. 114.596, NV Labonorm , T. Aann., 2005, 349-352.
    De onwettigheid van een voorbereidende beslissing (vaststelling van het bestek) dient tijdig (binnen de 60 dagen na deze beslissing) te worden aangevochten.
  • Raad van State, 16 februari 2005, nr. 140.737, SA Thales Communications Belgium , T Aann., 2005, 165-174.
    Onderhandelingsprocedure zonder bekendmaking – Stand still – Moeilijk te herstellen nadeel – Referentie-opdracht.
  •  Raad van State, 27 maart 2003, nr. 117.643, NV Aqua-Reno , T Aann., 2005, 353-357.
    Abnormaal lage prijzen – Verantwoording prijzen.
  • Raad van State, 30 januari 2003, nr. 115.269, NV Dumont Cleaning , T Aann., 2005, 364-371.
    Onderhandelingsprocedure – Overmaking van overzichtstabel van scoren zonder precisering hoe tot de eigenlijke puntentoekenning werd gekomen – Formeel en materieel motiveringsgebrek.
  • Raad van State, 29 april 2003, nr. 118.853, BVBA Gille. t/ Belgische Staat , T Aann., 2005, 372-377.
    Onzorgvuldige hantering en beoordeling van gunningscriteria door de aanbestedende overheid met vertekende puntenverdeling als gevolg. Hierdoor staat het niet vast dat de gekozen inschrijver de voordeligste offerte heeft ingediend.
  • Raad van State, 17 juni 2003, nr. 120.662, NV Blitso , T Aann., 2005, 384-385.
    AAV - Maatregelen van ambtswege.
  • Raad van State, 22 december 2003, nr. 126.719, NV City Advertising Benelux t/ Stad Antwerpen
    Selectiecriterium als gunningscriterium
    “[…] 3.2.1. Overwegende dat de verzoekende partij in het tweede onderdeel van haar middel betoogt dat het vierde “gunningscriterium” (“de ervaring en referenties inzake gelijkaardige opdrachten uitgevoerd in andere Belgische steden en/of de Europese Gemeenschap”) een “selectiecriterium” is dat niet als gunningscriterium mocht worden gehanteerd;
    […]
    3.2.3. Overwegende dat artikel 19 van het voormelde koninklijk besluit van 8 januari 1996, waarin de regeling van de referenties is vervat, is ondergebracht bij de regels in verband met de kwalitatieve selectie; dat referenties in beginsel geen gunningscriterium zijn, aangezien ze beogen de bekwaamheid van de inschrijvers te beoordelen, en niet de waarde van hun offertes; dat het aldus aan de verwerende partij is om aan te tonen dat te dezen bij wijze van uitzondering de in het geding zijnde referenties mochten gelden als gunningscriterium, wegens de aard van de opdracht; dat noch de verwerende partij noch de tussenkomende partij zulks concreet aantonen maar daarentegen enkel algemeenheden daaromtrent naar voor brengen; dat evenmin uit het bestek blijkt dat de opdracht van een dergelijke bijzondere aard was dat deze opdracht referenties als gunningscriterium noodzakelijk maakte”.
  • Raad van State, 18 maart 2003, nr. 117.155, NV ABETEC
    Selectiecriterium als gunningscriterium
    “[…] 4.3.2. Overwegende dat de verzoekende partij terecht stelt dat krachtens
    de te dezen van toepassing zijnde regelgeving, criteria betreffende ervaring in beginsel niet als gunningscriteria mogen gelden; dat de wetgever, in navolging van rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen, inderdaad onderscheid wilde maken tussen de selectiecriteria, die de kandidaten of inschrijvers betreffen, onder meer inzake hun bekwaamheid, en de gunningscriteria, die de intrinsieke waarde van de offerte betreffen; dat zulks volgt uit de wet van 24 december 1993 betreffende de overheidsopdrachten en sommige opdrachten voor aanneming van werken, leveringen en diensten (zie de memorie van toelichting bij artikel 16 van die wet, Parl. St. Senaat 1992-93, nr. 656/1, 25); dat aldus in dezelfde optiek in het koninklijk besluit van 8 januari 1996 betreffende de overheidsopdrachten voor aanneming van werken, leveringen en diensten en de concessies voor openbare werken, de artikelen 68 tot en met 73 voorzien in afzonderlijke regels in verband met de kwalitatieve selectie voor de overheidsopdrachten voor aanneming van diensten; dat de voorliggende opdracht als een dergelijke opdracht moet worden aangemerkt; dat overeenkomstig artikel 71, eerste lid, van het voornoemde besluit, “de bekwaamheid van de dienstverlener kan worden beoordeeld aan de hand van met name zijn vakkundigheid, doeltreffendheid, ervaring en betrouwbaarheid”; dat dienvolgens een gunningscriterium, dat “kennis en ervaring” in rekening brengt, in principe geen dergelijk criterium meer kan zijn, nu het krachtens de toepasselijke regelgeving een selectiecriterium is; dat de verwerende partij weliswaar betoogt dat te dezen bij wijze van uitzondering de specificiteit van de opdracht toeliet dat gepeild werd naar de persoon van de ontwerper en zijn ervaring; dat echter uit het dossier niet blijkt en de verwerende partij ook niet nader verduidelijkt waarom de bedoelde opdracht een dusdanige specificiteit zou vertonen dat het ervaringscriterium toch als gunningscriterium in het bestek mocht worden opgenomen en gebruikt bij de beoordeling van de offertes; dat dienvolgens de bestreden toewijzingsbeslissing genomen blijkt met schending van de in het middel genoemde bepalingen; dat het middel in de besproken mate gegrond is”.
  • Hof van Justitie, 2 juni 2005 (Koppensteiner GmbH), zaak C-15/04
    Rechtsbescherming – Intrekken van aanbesteding na opening inschrijvingen – Tegen besluit tot intrekking van een aanbesteding moet beroep mogelijk zijn – Vereiste rechterlijke toetsing
  • Hof van Justitie, 2 juni 2005 (Europese Commissie t/ Griekenland), zaak C-394/02
    Geen onvoorziene gebeurtenissen van dwingende spoed – Geen opdracht die om technische redenen slechts door een bepaalde aannemer kan worden uitgevoerd. Rechtspraak Hof van Justitie nogmaals benadrukt: vereiste aanwezigheid van drie cumulatieve voorwaarden om beroep te kunnen doen op de onderhandelingsprocedure zonder bekendmaking op grond van hoogdringendheid: (1) het bestaan van een onvoorziene gebeurtenis, (2) het bestaan van dwingende spoed die onverenigbaar is met de inachtneming van de bij een oproep tot mededinging behorende termijnen, en (3) het bestaan van een oorzakelijk verband tussen de onvoorziene gebeurtenis en de daaruit voortvloeiende dwingende spoed.
  • Hof van Justitie, 16 juni 2005 (Strabag AG), gevoegde zaken C-462/03 en C-463/03
    Overheidsopdrachten in de nutssectoren – Begrippen «exploitatie» en «beschikbaarstelling» van netten van openbare dienstverlening op gebied van vervoer per trein - Spoorinfrastructuurwerken.
    Wanneer een aanbestedende dienst een van de activiteiten, specifiek genoemd in artikel 2, lid 2, van richtlijn 93/38/EEG van 14 juni 1993 houdende coördinatie van de procedures voor het plaatsen van opdrachten in de sectoren water- en energievoorziening, vervoer en telecommunicatie, tot taak heeft en in het kader van de uitoefening van deze activiteit van plan is, een opdracht voor leveringen, voor de uitvoering van werken of voor het verrichten van diensten te plaatsen of een prijsvraag voor ontwerpen te organiseren, zijn de bepalingen van deze richtlijn van toepassing op deze opdracht of deze prijsvraag.
  • Hof van Justitie, 21 juli 2005 (Coname), zaak C-231/03
    Toewijzen van concessie voor het beheer van een openbare dienst (in casu de distributie van gas) dient te geschieden met inachtname van de eisen van transparantie en vereist voorafgaandelijk de nodige bekendmaking.
    De artikelen 43 EG en 49 EG verzetten zich ertegen dat een gemeente een concessie voor het beheer van de openbare dienst van gasdistributie rechtstreeks toewijst aan een vennootschap waarvan het kapitaal overwegend in handen van de overheid is, en waarin deze gemeente een deelneming van 0,97 % bezit, wanneer bij deze toewijzing niet is voldaan aan de eisen van transparantie, die, zonder een verplichting tot het volgen van een aanbestedingsprocedure in te houden, een onderneming in een andere lidstaat dan de Italiaanse Republiek met name in staat moeten stellen, toegang te krijgen tot alle relevante informatie betreffende deze concessie vóór de toewijzing ervan, zodat deze onderneming, indien zij dat zou hebben gewild, haar interesse voor deze concessie had kunnen tonen.
  • Hof van Justitie, 8 september 2005 (Espace Trianon), zaak C-129/04
    Rechtsbescherming – beroepsprocedures – Personen die beroepsprocedures kunnen inleiden – Verbod voor een van de leden van een tijdelijke vereniging om individueel beroep in te stellen – Begrip « Belang bij gunning van overheidsopdrachten »
    Artikel 1 van de rechtsbeschermingsrichtlijn 89/665/EEG, dient aldus te worden uitgelegd dat het er niet aan in de weg staat dat naar nationaal recht enkel de gezamenlijke leden van een tijdelijke vereniging zonder rechtspersoonlijkheid die als zodanig heeft deelgenomen aan een procedure voor de gunning van een overheidsopdracht en waaraan deze opdracht niet is gegund, beroep kunnen instellen tegen het gunningsbesluit, en niet slechts één van haar leden individueel. Hetzelfde geldt wanneer alle leden van een dergelijke tijdelijke vereniging gezamenlijk in rechte optreden, maar de vordering van één van haar leden niet-ontvankelijk wordt geacht.
  • Hof van Justitie, 13 oktober 2005 (Parking Brixen GmbH), zaak C-458/03
    Problematiek van het zgn. “inbesteden” en van het gunnen van concessies van openbare diensten.
    Op grond van de rechtspraak van het Hof van Justitie kan er slechts sprake zijn van een in-houseopdracht wanneer:
    een opdracht van werken, leveringen of diensten wordt opgedragen door een aanbestedende overheid aan een rechtspersoon die rechtens van deze overheid is onderscheiden;
    de aanbestedende overheid op deze rechtspersoon toezicht uitoefent zoals op haar eigen diensten;
    deze rechtspersoon het merendeel van zijn werkzaamheden verricht ten behoeve van de aanbestedende overheden die hem beheersen;
    in het kapitaal van deze rechtspersoon geen privé-partners participeren.
    Een 100%-participatie door de aanbestedende overheid in de rechtspersoon aan wie zij een opdracht toekent, is op zichzelf niet voldoende om te besluiten tot de aanwezigheid van een toezicht op deze rechtspersoon zoals op de eigen diensten van de aanbestedende overheid. Telkenmale zal ook in concreto moeten worden nagegaan of daadwerkelijk sprake is van een toezicht zoals op de eigen diensten. Deze voorwaarde zal bijvoorbeeld niet vervuld zijn wanneer de rechtspersoon aan wie de opdracht wordt toegekend een marktgerichte onderneming is waarvan de raad van bestuur over grote mate van zelfstandigheid ten aanzien van de aanbestedende overheid beschikt en waardoor het toezicht van deze laatste overheid op de rechtspersoon wordt verzwakt.
  • Hof van Justitie, 10 november 2005 (Europese Commissie t/ Oostenrijk), zaak C-29/04
    Toewijzing van een overheidsopdracht door een aanbestedende overheid aan een rechtspersoon waarvan zij 100% der aandelen bezit zonder beroep te doen op een gunningsprocedure (problematiek “inbesteding”). Kort daarna verkoopt de aanbestedende overheid 49% der aandelen aan een particuliere onderneming. Het Hof van Justitie oordeelt dat door geen bekendmakings- en gunningsprocedure in te stellen de overheidsopdrachtenrichtlijn Diensten werd miskend.

Terug naar inhoud

Opleidingen en studiedagen georganiseerd door EBP

U wordt in uw aankoopbeleid dagelijks geconfronteerd met de praktische uitvoering van de wetgeving op de overheidsopdrachten. Op continue basis, organiseert EBP seminaries en opleidingen met betrekking tot overheidsaankopen.

Voor meer informatie betreffende deze seminaries kunt u steeds op 02/420.68.60 op via mail op het adres info@ebp.be

Nieuw: De gunning van overheidsopdrachten van diensten in de klassieke sectoren

Dienstencontracten vallen ook onder de toepassing van de wetgeving overheidsopdrachten: informaticadiensten, financiële- en verzekeringsdiensten, architectenopdrachten… Overheden worden er regelmatig mee geconfronteerd, maar de wetgeving overheidsopdrachten hierop toepassen is echter niet evident.

Daarom neemt EBP het initiatief om hier een studiedag aan te wijden samen met de heer Raphaël De Pessemier, directeur van de Directie Overheidsopdrachten van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest.

Opzet van deze studiedag is om de wetgeving en de praktische toepassing ervan te overlopen en te duiden, en daarbij bijzondere aandacht te besteden aan dienstenopdrachten. Zo wordt, steeds vanuit een praktijkgerichte benadering, zowel rekening gehouden met aspecten op het vlak van gunning als van uitvoering van deze opdrachten.

De nieuwe wetgeving die nu zo snel mogelijk van kracht dient te worden, heeft belangrijke implicaties voor de aanbesteding van dienstencontracten. Dit seminarie gaat dan ook dieper in op deze nieuwe wetgeving en haar gevolgen voor opdrachten van diensten.

De nieuwe wet op de overheidsopdrachten in uw dagelijkse praktijk! (1)

EBP biedt u een cyclus aan van 4 opleidingen in samenwerking met de heer C. Geldhof, lid van een Federale Overheidsdienst.

In de aanbestedingswereld wordt het jaar 2006 een jaar van vernieuwing en verandering. Zoals u weet werden nieuwe EU-Richtlijnen overheidsopdrachten van kracht. Deze nieuwe richtlijnen zullen de aanbestedingspraktijk grondig veranderen. De Commissie Overheidsopdrachten is druk doende om al de elementen uit deze richtlijnen te vertalen naar Belgische Wetgeving.

Daarom vinden we het aangewezen om nu reeds een seminarie in te richten dat tot doel heeft alle belangrijke elementen van een overheidsopdracht te overlopen en de wijzigingen te kaderen binnen het normale verloop van een gunningsprocedure.

Nieuw: De uitvoeringsregels m.b.t. overheidsopdrachten. (2)

Het voeren van een overheidsopdracht stopt niet bij de toewijzing aan één van de inschrijvers! Een vlot en correct management van de opdracht tijdens de uitvoering stelt zowel het bestuur als de inschrijver in staat de opdracht tot een goed einde te brengen. De wet op de overheidsopdrachten regelt deze materie tot op hoog niveau.

Doel van de opleiding

Doel van de opleiding is de met deelnemers het volledige spectrum van uitvoeringsregels te doorlopen. Daarbij ligt het accent op de praktische implicaties voor het bestuur. Het seminarie geeft dus niet alleen een compleet overzicht van de regelgeving, maar geeft de deelnemers vooral ook een concreet bruikbare bagage om hun opdrachten tot een goed einde te brengen!

Hoe haalt u het maximum uit uw onderhandelingsprocedures ? (3)

Als aankoopprocedure is de onderhandelingsprocedure een godsgeschenk. Enkel door middel van een onderhandelingsprocedure kan u het flexibel en dynamisch aankoopbeleid van een privé-onderneming benaderen.

Vraag is of u en uw bestuur de mogelijkheden van deze gunningswijze optimaal benutten ! Te vaak wordt gekozen voor een offerteaanvraag of zelfs een aanbesteding, terwijl een rechtmatig gebruik van de onderhandelingsprocedure, al dan niet met bekendmaking, mogelijk is. Deze procedure is immers de enige waarbij u er, door een correct gebruik, vrij zeker van kan zijn dat uw bestuur de "beste" koop doet.

Hoe een goed en coherent lastenboek opstellen ? (4)

Een gebrekkig lastenboek hypothekeert de correcte toewijzing en de succesvolle uitvoering van uw overheidsopdrachten ! De kwaliteit van uw lastenboek heeft een directe impact op de mate waarin u succesvol uw overheidsopdracht zal kunnen toewijzen en probleemloos uitvoeren.

Doel van de vorming is de deelnemers bij de opmaak van een lastenboek te leiden door de relevante delen van de reglementering op de overheidsopdrachten. Het is geenszins de bedoeling een juridisch-technische analyse van de wetgeving te brengen, doch wel de dagelijkse praktijk te behandelen en kant-en-klare oplossingen aan te reiken. Zodoende willen we voorkomen dat gebrekkige lastenboeken de oorzaak zijn van moeilijkheden bij de toewijzing en de uitvoering van een overheidsopdracht.

Succesvol overheidsopdrachten toewijzen.

In uw aankoopbeleid wordt u dagelijks geconfronteerd met de praktische uitvoering van de wetgeving op de overheidsopdrachten. Deze wetgeving is een opgelegd instrument dat u enerzijds toelaat onze aankopen te stroomlijnen volgens dezelfde procedures en regels, maar dat u anderzijds permanent opzadelt met moeilijk toepasbare uitvoeringsmodaliteiten.

Het is geenszins de bedoeling om via deze opleiding juridische spitstechnologie aan te brengen, maar vooral de nadruk te leggen op de dagdagelijkse praktijk.

In dit praktijkgericht seminarie zal u stap voor stap door het aankoopproces van de overheid worden geleid.

Terug naar inhoud

Rechtsleer

Overzicht van recente interessante publicaties – zowel monografieën als artikelen – die de rechtspraktizijn van nut kunnen zijn.

  • Arrowsmith, S., “The law of public and utilities procurement”, London, Sweet & Maxwell, 2005 (CXXXVIII + 1545 pagina’s)
  • Bertrand, V ., “La réforme européenne des marchés publics dans les ‘secteurs classiques’”, J.T.D.E., 2005, n° 115, 1-11.
  • D’Hooghe, D., Jochems, S., “De ‘concurrentiegerichte dialoog’: much ado about nothing?”, TBP, 2005, 511-522.
  • De Bock, E ., “Stijgende materiaalprijzen. Is er tegemoetkoming?”, NjW, 2005, 477-481.
  • De Hornois, K., “De toepassing van groene criteria in het kader van een overheidsopdrachtenprocedure. Oude wijn in nieuwe vaten?”, M.E.R. 2004, 115-132.
  • De Koninck, C., Flamey, P., Ronse, K ., “Nieuwigheden in de overheidsopdrachtenrichtlijn 21004/18/EG betreffende de klassieke sectoren. Een korte vooruitblik op de nieuwe wet overheidsopdrachten”, CDPK, 2005, 342-361.
  • De Koninck, C., Petitat, V., “Inbesteding zonder aanbesteding”, NjW 2005, 1082-1089.
  • Deridder, L . en Vermeir, T., Leidingen voor nutsvoorzieningen, Brugge, Die Keure, 2000.
  • De Staercke, J., “ Sport en overheidsopdrachten: een inleiding (deel 1)”, Sport & Recht 2004, 948-951.
  • Flamey, P . en Knaepen, S., “Standstillverplichting bij overheidsopdrachten”, NjW, 2005, 653-662.
  • L. Westhovens , “Zakboekje Overheidsopdrachten 2005”, Mechelen, Wolters Kluwer, 2004, XXII + 420 p.
  • Flamey, P. en Wauters, K., Overheidsopdrachten. Overzicht van rechtspraak Raad van State 1997-2005 , Kortrijk, Vanden Broele, 2005.
  • P. Flamey , m.m.v. K. Wauters en J. Ghysels, Wetboek Overheidsopdrachten. Wet Overheidsopdrachten & uitvoeringsbesluiten met annotaties uit de rechtspraak van de Raad van State, Kortrijk, Vanden Broele, 2004, XI + 747 p.
  • Flamey, P. en Knaepen, S., Publiek-private samenwerking (PPS) – De fundamentele juridische spelregels en hun afdwingbaarheid , Kortrijk, Vanden Broele, 2005.
  • Ph. Flamme, M.-A. Flamme, Cl. Dardenne , Les marchés publics européens et belges. L’irrésistible européanisation du droit de la commande publique, Brussel, Larcier, 2005, 332 p.
  • Henrotte, J., “La dématerialisation de certains marchés publics au travers des nouvelles directives et de la réglementation belge”, R.D.T.I. 2005, 69-98.
  • Noël, P. -M., “Le Partenariat Public-Privé (P.P.P.), Technique de réalisation et de financement des équipements publics”, J.T. 2005, 369-377 en 392-395.
  • Nijholt, H., «Milieugericht aanbesteden», T.B.O. 2004, 73-84.
  • Pijnacker Hordijk, E.H., van der Bend, G.W., van Nouhuys, J.F ., Aanbestedingsrecht, Handboek van het Europese en het Nederlandse aanbestedingsrecht, Sdu-uitgeverij, Den Haag, 2004.
  • Ronse, K., “Prijsherzieningsformules in overheidscontracten”, T. Aann., 127-137.
  • Schutyser, B., « De rechtspraak van het Hof van Justitie (1998-2004) en de Raad van State (1998-2003) inzake de gunning van overheidsopdrachten : een overzicht », Tijdschrift voor gemeenterecht, 2005, 97-124.
  • Schutyser, B ., « Sociale en milieuclausules bij overheidsopdrachten : een stand van zaken in het licht van de nieuwe richtlijnen », Tijdschrift voor gemeenterecht, 2005, 135-148.
  • Teerlinck, P., “Fouten in overheidsbestekken: recente rechtspraak en een nieuwe richtlijn”, R.W., 2004-2005, 1281-1290 (noot onder Antwerpen, 4 november 2003).
  • Thiel, P., Slégers, P., “Les clauses sociales dans les marchés publics”, in T. Aann., 2005, 207-227.
  • Uytterhoeven, K. en Van Dyck, T., “Het ereloon van de architect als gunningscriterium bij een openbare of private offerteaanvraag in het spanningsveld tussen deontologie en mededingingsrecht”, T.B.O. 2004, 91-96.
  • Van Garsse, S ., “Overheidsopdrachten in nutssectoren. De nieuwe richtlijn nr. 2004/17 van 31 maart 2004 in hoofdlijnen”, NjW, 2005, 790-794.
  • Van Garsse, S., « Een vooruitblik op de nieuwe procedure van de concurrentiegerichte dialoog », Tijdschrift voor gemeenterecht, 2005, 149-154.
  • Van Heuven, D. en Logie, S., « De wachttermijn bij overheidsopdrachten, een vergiftigd geschenk ? », noot bij R.v.St., nr. 128.012 van 10 februari 2004, NV L. en NV M. t/ OVAM (kort geding).
  • Villé, T., “Publiek-private samenwerking. PPS-instrumenten in het licht van het aanbestedingsrecht”, Jura Falconis, 2004-2005, 203-272.
  • Westerdijk, R., “Het aanbestedingsrecht toegepast op informatietechnologie”, Computerrecht (Ned.), 2005, 28-32.
  • Wirtgen, A ., « Enkele beschouwingen bij de wettelijk verplichte bevriezingsperiode inzake overheidsopdrachten », Tijdschrift voor gemeenterecht, 2005, 125-134.

Terug naar inhoud

Diverse publicaties
  • De uitvoering van economische compensaties bij de aankoop van specifiek militair materieel , Verslag van het Rekenhof aan de Kamer van Volksvertegenwoordigers, Brussel, april 2005 ( http://www.rekenhof.be/)
  • Onderzoek van geregeld vervoer: kostprijs en gunning pachtcontracten, Verslag van het Rekenhof aan de Kamer van Volksvertegenwoordigers, Brussel, februari 2005 ( http://www.rekenhof.be/)
  • Raamcontracten. Doelmatigheid en rechtmatigheid van de werking van de dienst FOD-overschrijdende raamcontracten, Verslag van het Rekenhof aan de Kamer van Volksvertegenwoordigers, Brussel, mei 2005 ( http://www.rekenhof.be/)

Terug naar inhoud

Nieuwe vindplaatsen geconsolideerde wet- en regelgeving overheidsopdrachten

Kruispuntbank van de wetgeving

Op 27 maart 2003 werd tussen de Kamer van volksvertegenwoordigers, de Senaat, het Hof van Cassatie, het Arbitragehof, de Raad van State en de federale regering een samenwerkingsprotocol gesloten betreffende de oprichting van een "Kruispuntbank van de wetgeving".

Dit protocol heeft tot doel de wetgeving, de parlementaire voorbereiding en de rechtspraak via een portaalsite voor het publiek open te stellen.

De portaalsite draagt volgende domeinnamen: http://www.belgielex.be/bcl_kbw/ en http://www.belgiquelex.be/bcl_kbw/

Het project wordt in twee fasen uitgevoerd.

In een eerste fase (de huidige) worden de databanken van de participerende instellingen via een portaalsite toegankelijk gemaakt. Deze fase houdt in dat enerzijds een toegangspoort tot deze databanken wordt gecreëerd en dat anderzijds vanuit de databanken van elke instelling links naar de databanken van de overige instellingen tot stand worden gebracht.

De tweede fase impliceert het uitbouwen van de verschillende databanken tot een hecht netwerk en de ontwikkeling van specifieke software die het mogelijk maakt met één zoekopdracht alle databanken te ondervragen. Voor deze fase werd nog geen tijdschema vooropgesteld.

Nieuw op de website van de Raad van State ( www.raadvst-consetat.be): Wetgevingsdatabank Reflex

De Wetgevingsdatabank Reflex biedt gratis toegang tot de wetgeving-databanken van de Raad van State.
In deze databanken vindt men verwijzingen naar Belgische wetgeving, parlementaire voorbereidingen en internationale wetgeving.

Terug naar inhoud

***

Belangrijke juridische kennisgeving - Disclaimer

Hoewel bij de realisatie van deze nieuwsbrief een zo groot mogelijke nauwkeurigheid en correctheid werd nagestreefd, kan voor de aanwezigheid van eventuele (druk)fouten, onvolkomen- en onvolledigheden niet worden ingestaan en aanvaardt EBP hiervoor geen aansprakelijkheid. De gebruiker van deze nieuwsbrief erkent en aanvaardt, door de loutere aanwending van de inhoud ervan, voormelde afwijzing van aansprakelijkheid.