EBP Tenderletter - December 2004


Print the newsletter

MENU




1. Wet- en regelgeving

Hierna wordt een overzicht gegeven van de belangrijkste wijzigingen die zich in de periode december 2003-december 2004 hebben voorgedaan in de Belgische en de Europese overheidsopdrachtenreglementering.

Aanvulling artikel 15, Overheidsopdrachtenwet - Schadevergoeding in geval van corruptie

Artikel 15, eerste lid, Overheidsopdrachtenwet waarin wordt bepaald dat bij openbare of beperkte aanbesteding de overheidsopdracht moet toegewezen te worden aan de inschrijver die de laagste regelmatige offerte indiende, op straffe van een forfaitaire schadeloosstelling vastgesteld op 10% van het bedrag van deze offerte (exclusief BTW) is als volgt aangevuld door artikel 396 van de programmawet van 22 december 2003 (B.S., 31 december 2003):

"Deze forfaitaire schadevergoeding wordt aangevuld met een schadeloosstelling met het oog op het volledige herstel van de schade, wanneer deze voortvloeit uit een daad van corruptie in de zin van artikel 2 van het Burgerlijk Verdrag inzake corruptie, gedaan te Straatsburg op 4 november 1999".

Artikel 397 van voormelde programmawet bepaalt dat artikel 396 in werking zal treden de dag van inwerkingtreding voor België van voormeld Burgerlijk Verdrag.

Wijziging Europese drempelbedragen

Door drie ministeriële besluiten, allen daterend van 17 december 2003 en gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad van 23 december 2003, werden de Europese drempelbedragen aangepast.

Deze besluiten en, ergo, de aangepaste drempelbedragen, treden in werking op 1 januari 2004.

Door een eerste ministerieel besluit van 17 december 2003 werden de Europese drempelbedragen opgenomen in het koninklijk besluit 8 januari 1996 (overheidsopdrachten klassieke sectoren) als volgt aangepast:

Werken : het bedrag van 6.242.000 EUR voorzien in artikel 1, § 3, en in artikel 24 van dit besluit wordt vervangen door het bedrag van 5.923.000 EUR.

Leveringen : de bedragen van 249.600 EUR en van 162.200 EUR voorzien in artikel 27, § 2, van dit besluit worden respectievelijk vervangen door de bedragen van 236.900 EUR en van 154.000 EUR.

Diensten : de bedragen van 249.600 EUR en van 162.200 EUR voorzien in artikel 50 en in artikel 53, § 3 van dit besluit worden respectievelijk vervangen door de bedragen van 236.900 EUR en van 154.000 EUR.

Door een tweede ministerieel besluit werden diverse drempelbedragen opgenomen in het koninklijk besluit van 10 januari 1996 (overheidsopdrachten nutssectoren) als volgt aangepast:

Werken : het bedrag van 6.242.000 EUR voorzien in artikel 1, § 2, van dit besluit wordt vervangen door het bedrag van 5.923.000 EUR.

Leveringen : het bedrag van 499.300 EUR voorzien in artikel 22, § 2, van dit besluit wordt vervangen door het bedrag van 473.800 EUR.

Diensten : het bedrag van 499.300 EUR voorzien in artikel 43, § 2, van dit besluit wordt vervangen door het bedrag van 473.800 EUR.


Door een derde ministerieel besluit werden diverse drempelbedragen opgenomen in het koninklijk besluit van 18 juni 1996 betreffende de mededinging in het raam van de Europese Gemeenschap van sommige opdrachten voor aanneming van werken, leveringen en diensten in de sectoren water, energie, vervoer en telecommunicatie als volgt aangepast:

- De bedragen van 6.242.000 EUR (werken) en van 499.300 EUR (leveringen en diensten) voorzien in artikel 31, tweede lid, van dit koninklijk besluit worden respectievelijk vervangen door de bedragen van 5.923.000 EUR en 473.800 EUR.

Wijzigingen en nieuwe bepalingen in de regelgeving betrekking hebbende op onverenigbaarheden en de aanwending van elektronische middelen

Door het koninklijk besluit van 18 februari 2004, gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad van 27 februari 2004, werden wijzigingen aangebracht in de voorschriften van het koninklijk besluit van 8 en 10 januari 1996 betrekking hebbende op de onverenigbaarheden en werden in deze besluiten alsmede in het koninklijk besluit van 18 juni 1996 een aantal artikelen ingevoerd waarmee de aanwending van elektronische middelen wordt operationeel gemaakt.

De wijzigingen en toevoegingen doorgevoerd door het koninklijk besluit van 18 februari 2004, treden in werking op 1 mei 2004.

Wijzigingen in de onverenigbaarheidsregeling

De nieuwe tekst van artikel 78 van het koninklijk besluit van 8 januari 1996 (= artikel 65 van het koninklijk besluit van 8 januari 1996) bepaalt dat de aanbestedende overheid weliswaar verplicht is de aanvraag tot deelneming of de offerte ingediend voor een overheidsopdracht voor aanneming van werken, leveringen of diensten af te wijzen indien de kandidaat of inschrijver belast werd met het onderzoek, de proeven, de studie of de ontwikkeling van die werken, leveringen of diensten en die persoon wegens die verrichtingen een voordeel geniet dat van dien aard is dat het de normale spelregels van de mededinging vervalst.

Vooraleer daarover een gemotiveerde beslissing te nemen, moet de aanbestedende overheid de betrokken kandidaat of inschrijver voortaan echter per aangetekende brief vragen de schriftelijke verantwoordingen te bezorgen waarmee ze kan aantonen dat laatstgenoemde geen dergelijk voordeel geniet. Behalve wanneer een langere termijn werd toegestaan, moeten deze verantwoordingen binnen twaalf kalenderdagen worden overgemaakt, te rekenen vanaf de dag die volgt op de verzending van de aangetekende brief.

Deze vormvereiste moet evenwel niet worden vervuld wanneer de kandidaat of inschrijver deze verantwoordingen reeds op eigen initiatief bij zijn aanvraag tot deelneming of zijn offerte heeft gevoegd.

De tekst verduidelijkt eveneens dat het de betrokken kandidaat of inschrijver is die het bewijs van de verzending van de verantwoordingen moet leveren. Een aangetekende zending wordt dus aanbevolen.
Aanwending van elektronische middelen

De artikels 81bis tot 81quinquies die een nieuwe titel IIIbis vormen, werden ingevoegd in het koninklijk besluit van 8 januari 1996.

Deze vier artikels betreffen de definities en de voorwaarden voor het gebruik van de elektronische middelen, en dit niet enkel voor de toepassing van deze titel maar ook voor het geheel van het koninklijk besluit.

Een gelijkaardige titel is ingevoegd in het koninklijk besluit van 10 januari 1996 (artikelen 66bis tot 66quinquies) en dat van 18 juni 1996 (artikelen 19bis tot 19quinquies).

De nieuwe Europese overheidsopdrachtenrichtlijnen 2004/17/EG en 2004/18/EG

In het Europees Publicatieblad van 30 april 2004 werden de Richtlijn van het Europees Parlement en de Raad betreffende de coördinatie van de procedures voor het plaatsen van overheidsopdrachten voor werken, leveringen en diensten (2004/18/EG) en de Richtlijn van het Europees Parlement en de Raad houdende coördinatie van de procedures voor het plaatsen van opdrachten in de sectoren water- en energievoorziening, vervoer en postdiensten (2004/17/EG) gepubliceerd.

De inhoudt van beide richtlijnen dient ten laatste op 31 januari 2006 in nationale wetgeving te worden omgezet.

In richtlijn 2004/18/EEG dat de 'Europese' overheidsopdrachten in de zgn. klassieke sectoren beheerst, zijn o.a. volgende nieuwigheden en aanpassingen verwerkt:

één in plaats van drie richtlijnen;

gelijkschakeling van de elektronische middelen met de klassieke middelen van communicatie en informatie-uitwisseling;

de invoering van elektronische aankoopmechanismen: elektronische veilingen en dynamische aankoopsystemen;

de invoering van een nieuwe gunningswijze: de concurrentiegerichte dialoog;

de aan de aanbestedende overheden geboden mogelijkheid om zogenaamde raamovereenkomsten te sluiten;

een verduidelijking van de bepalingen betreffende de technische specificaties;

een versterking van de bepalingen betreffende de selectie- en gunningscriteria;

een vereenvoudiging van de Europese aanbestedingsdrempels;

een wijziging ten gevolge van de uitsluiting van de telecommunicatiesector uit het toepassingsgebied van de nieuwe richtlijn nutssectoren;

de erkenning en regeling van de werking van aankoopcentrales;

de mogelijkheid overheidsopdrachten voor te behouden voor sociale werkplaatsen;

het uitbreiden van het bestaande arsenaal aan uitsluitingscriteria;

de mogelijkheid om in het kader van het onderzoek naar de technische bekwaamheid van de ondernemer rekening te houden met maatregelen inzake milieubeheer die de aannemer of dienstverlener kan toepassen in het kader van de uitvoering van de opdracht.


Invoering van standaardformulieren voor overheidsopdrachten niet onderworpen aan de Europese bekendmaking

Via het koninklijk besluit van 29 februari 2004 (B.S., 8 maart 2004) worden in het koninklijk besluit van 8 januari 1996 standaardmodellen van aankondiging ingevoerd voor de overheidsopdrachten en de concessies voor openbare werken die alleen aan de bekendmaking op Belgisch niveau onderworpen zijn.

Dit koninklijk besluit treedt in werking op 1 september 2004.

Het koninklijk besluit van 22 april 2002 (B.S., 30 april 2002) had reeds dergelijke modellen van aankondiging vastgelegd voor overheidsopdrachten die aan de Europese bekendmaking onderworpen zijn, en dit in het kader van de omzetting van de richtlijn 2001/78/EG van 13 september 2001.

De door het koninklijk besluit van 29 februari 2004 ingevoerde modellen van aankondiging volgen de algemene structuur van de op Europees niveau gebruikte modellen.

De in te vullen rubrieken zijn echter vereenvoudigd en bevatten enkel de absoluut noodzakelijke gegevens die de ondernemingen correct moeten informeren.

Invoering van de standstill-procedure in de Overheidsopdrachtenwet 1993 door de Programmawet van 9 juli 2004


Voorgeschiedenis - De omzendbrief van 10 december 2003
In het Belgisch Staatsblad van 15 december 2003 verscheen de omzendbrief van 10 december 2003, uitgaande van de Eerste Minister, met als titel "Overheidsopdrachten onderworpen aan de Europese bekendmaking - Lessen te trekken uit de rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen".

In deze omzendbrief wordt verwezen naar het arrest Alcatel Austria en naar de interpretatie welke het Europees Hof van Justitie in dit arrest heeft gegeven aan de richtlijn 89/665/EEG.

Op grond van dit arrest beveelt de omzendbrief aan dat de aanbestedende overheid, voor de overheidsopdrachten die tot het toepassingsgebied van het koninklijk besluit van 8 januari 1996 behoren en waarvan het geraamde bedrag de Europese drempels bereikt, niet alleen alle inschrijvers onverwijld op de hoogte brengt van de beslissing, maar vóór de gunning van de opdracht ook een termijn vastlegt die de inschrijvers, van wie de offerte niet werd gekozen, de mogelijkheid moet bieden de aanbestedende overheid vragen te stellen over de motivering van de beslissing en, indien ze van mening zijn dat deze beslissing hen benadeelt, beroep aan te tekenen bij een rechtscollege.

Voor een kritische noot op deze omzendbrief, zie het arrest van de Raad van State van 13 januari 2004, nr. 127.069 (www.raadvst-consetat.be).

Zie ook J. Debièvre en G. Laenen, "De Raad van State staat stil bij de standstill", noot bij het arrest van de Raad van State van 10 februari 2004, nr. 128.012, C.D.P.K., 2004, 294-304.

Door invoering van de standstill-procedure in de Overheidsopdrachtenwet (zie hierna), is deze omzendbrief zonder voorwerp geworden.

De standstill-procedure in de Overheidsopdrachtenwet ingevoerd


Door artikel 302 van de Programmawet van 9 juli 2004 (B.S. 15 juli 2004, tweede editie) werd in Boek I, Titel II, van de Wet van 24 december 1993 betreffende de overheidsopdrachten en sommige opdrachten voor aanneming van werken, leveringen en diensten, een Hoofdstuk IIbis ingevoegd.

Artikel 21bis, § 2 van Hoofdstuk IIbis maakt voor overheidsopdrachten die de Europese drempel hebben bereikt, de aanwending van de standstill-procedure - procedure die reeds aanbevolen was door de Omzendbrief van 10 december 2003 - verplichtend.

Artikel 21bis, § 2, stipuleert dat de aanbestedende overheid middels een aangetekende brief volgende gegevens dient mee te delen:

1° aan elke niet geselecteerde kandidaat of inschrijver, de motieven voor zijn niet-selectie;
2° aan elke inschrijver van wie de offerte als niet regelmatig werd beschouwd, de motieven voor de verwerping;
3° aan elke inschrijver waarvan de offerte niet werd uitgekozen, de gemotiveerde toewijzingsbeslissing van de opdracht.

Deze motivering dient onverwijld nadat de beslissing tot niet-selectie, tot verwerping van een als onregelmatig beschouwde offerte of tot niet-uitkiezen van een offerte - en samen met deze beslissing - aan de kandidaten of inschrijvers op wie deze beslissing betrekking heeft, te worden meegedeeld.

De aanbestedende overheid kent de kandidaten en inschrijvers een termijn toe die ze nader bepaalt en die minstens tien dagen omvat vanaf de dag die volgt op de verzendingsdatum van de motivering, zodat zij eventueel beroep kunnen aantekenen bij een rechtscollege.

Het aantekenen van beroep mag uitsluitend gebeuren in het kader van, al naar het geval, een procedure in kort geding voor de justitiële rechter of, voor de Raad van State, via een uiterst dringende rechtspleging.

Indien de aanbestedende overheid binnen de toegestane termijn geen schriftelijke kennisgeving in die zin ontvangt op het door haar vermelde adres, mag de procedure worden verder gezet.

[MENU]
2. Rechtspraak

Niet-ondertekende wijzigingen of doorhalingen van prijzen

De rechtspraak van de Raad van State is zeer formeel aangaande het lot van offertes waarin niet-ondertekende wijzigingen of doorhalingen van prijzen voorkomen: die offertes zijn substantieel onregelmatig, ongeacht of de wijziging of doorhaling invloed kan hebben op de rangschikking van de offertes.

Er wordt verwezen naar het arrest van de Raad van State van 10 juli 2002 (nr. 109.139, NV N. t/Stad Scherpenheuvel-Zichem (www.raadvst-consetat.be; Tijdschrift voor Aannemingsrecht, 2003, 360-364) waarin exhaustief wordt ingegaan op de ratio legis van voormelde ondertekeningsverplichting.

Ontbreken van een handtekening op de daartoe voorziene plaats van het offerteformulier

R.v.St., 18 juni 2002, nr. 107.953, NV W. t/ Vlaams Gewest (www.raadvst-consetat.be; Tijdschrift voor Aannemingsrecht, 2003, 365-370).

In deze zaak was de handtekening wel degelijk aangebracht na de verklaring die de verbintenis inhoudt tot de uitvoering overeenkomstig het bestek, één keer na het opgegeven inschrijvingsbedrag in cijfers en één keer na het inschrijvingsbedrag in letters.

Doch na de prijsopgave dienden nog een aantal inlichtingen en verklaringen te worden gegeven (RSZ-nr., BTW-nr., verklaringen betreffende onderaannemers van vreemde nationaliteit en betreffende producten van vreemde oorsprong, enz.).

Gelet op de plaats van de handtekeningen en de aard van de rubrieken die daarop volgen, had de verzoekende partij zich volgens de Raad van State ondubbelzinnig verbonden om de opdracht conform het bestek uit te voeren aan de door haar opgegeven prijs en werd verzoekende partij derhalve ten onrechte als onregelmatig beschouwd ingevolge het beweerde gebrek aan ondertekening.

Bestek toegesneden op één van de inschrijvers - Schending van de gelijkheid van de inschrijvers

R.v.St., 25 februari 2003, nr. 116.351, NV M. t/ Stad Kortrijk (www.raadvst-consetat.be NJW, 2003, 929): het toesnijden van het bestek op een kasttype van een bepaalde leverancier houdt een schending in van het gelijkheidsbeginsel en van het in artikel 1, § 1, van de wet van 24 december 1993 vervatte beginsel van mededinging, dat verbiedt bepaalde kandidaten te bevoordelen en andere te benadelen.

Onderhandelingsprocedure - Het voeren van onderhandelingen met slechts één der gegadigden

R.v.St., 27 juni 2003, nr. 121.103, K. t/ Stad Antwerpen (www.raadvst-consetat.be; C.D.P.K., 2003, 681-686): het volstaat dat de aanbestedende overheid de ingediende offertes met elkaar vergelijkt op grond van de gunningscriteria én vervolgens enkel onderhandelt met de gegadigde die op grond van deze eerste beoordeling, de meest voordelige offerte heeft ingediend.

De Raad merkt op: "Overwegende dat te dezen tien kandidaturen van inschrijvers zijn onderzocht, dat er negen zijn geselecteerd, dat die negen zich verenigd hebben en er vier offertes zijn ingediend; dat voorts de onderhandeling is aangevat met de tussenkomende partijen, in hoofdorde omdat hun offerte de beste evaluatie had op grond van de gunningscriteria; dat dienvolgens de verzoekende partij niet lijkt te kunnen worden gevolgd in haar stelling, dat door aldus te handelen, het voormelde artikel 17 zou zijn geschonden; dat integendeel, er anders over beslissen en met verzoekende partijen aannemen dat minstens ook met hen diende te worden onderhandeld, lijkt in te houden dat aan het begrip "één of meer" uit dat artikel elke betekenis wordt ontnomen".

In dit arrest wordt verder gesteld dat artikel 68 KB 8-1-1996, in de interpretatie dat er met minstens drie gegadigden moet worden onderhandeld, strijdig is met artikel 17, § 1 van de Overheidsopdrachtenwet. Dit artikel voorziet immers dat er wordt onderhandeld met één of meer gegadigden.

Zie eveneens de noot onder voormeld Raad van State-arrest van de hand van D. De Keuster: "De onderhandelingsprocedure van stiefkind tot oogappel", C.D.P.K., 2003, 686-692.

Artikel 16, § 2 Algemene Aannemingsvoorwaarden

Arrest van het Hof van Beroep van Antwerpen van 14 oktober 2003. Toepassingsgebied artikel 16, § 2 Algemene Aannemingsvoorwaarden - vergoeding wegens onvoorziene omstandigheden - afvoeren van grond - informatieplicht van de overheid. N.J.W., 2004, 166-168.

[MENU]
3. Opleidingen en studiedagen rond overheidsopdrachten


Opleiding: "Succesvol overheidsopdrachten toewijzen"
In uw aankoopbeleid wordt u dagelijks geconfronteerd met de praktische uitvoering van de wetgeving op de overheidsopdrachten.
Deze wetgeving is een opgelegd instrument dat u enerzijds toelaat onze aankopen te stroomlijnen volgens dezelfde procedures en regels, maar dat u anderzijds permanent opzadelt met moeilijk toepasbare uitvoeringsmodaliteiten.
[Meer]

Opleiding: "Hoe haalt u het maximum uit uw onderhandelingsprocedures?"
Als aankoopprocedure is de onderhandelingsprocedure een godsgeschenk. Hoe deze procedure in de praktijk correct en tot het maximum van haar capaciteit benutten?
[Meer]

NIEUW! "Hoe een correct en coherent lastenboek samenstellen?"
Een goed opgemaakt lastenboek is het noodzakelijke fundament voor een succesvolle opdracht.
Een gebrekkig lastenboek zal de correcte toewijzing en de succesvolle uitvoering van uw overheidsopdrachten hypothekeren!
[Meer]

Opleidingen op maat?
In functie van uw behoefte kunnen opleiding op maat gemaakt worden.
Stuur ons uw vraag en wij werken een oplossing voor u uit.
[Meer]

NIEUW! Studiemiddag "Overheidsopdrachten van diensten"
De praktische toepassing van de reglementering overheidsopdrachten op dienstenopdrachten...
[Meer]

[MENU]
4. Diverse


Auditrapport Rekenhof "Schadedossiers ten laste van het Vlaams Infrastructuurfonds"

In november 2003 publiceerde het Rekenhof het auditrapport "Schadedossiers ten laste van het Vlaams Infrastructuurfonds". Dit auditrapport is te raadplegen op de website van het Rekenhof www.rekenhof.be. Hoofdstuk 3 van dit rapport ("Schadevergoedingen uit dadingen") bevat de resultaten van de doorlichting van in 2000 en 2001 ten laste van de begroting van het Vlaams Infrastructuurfonds gesloten dadingen voor een totaal bedrag van 15,8 miljoen euro.

Enkele conclusies van dit auditverslag:
Nalatigheid heeft vaak geleid tot belangrijke verwijlinteresten. Meermaals wachtte de administratie zeer lang met de uitvoering van een definitieve gerechtelijke uitspraak. Vaak ook liet zij na op regelmatige tijdstippen een regeling te treffen voor de al vaststaande en ondubbelzinnig verschuldigde schadebedragen in het kader van onderhandelingen m.b.t. een dading. Ook verliep bij een groot aantal schadedossiers veel tijd tussen de datum van de schadeclaim en de datum van dadingsluiting, wat belangrijke interesten met zich heeft gebracht.

Bij een aantal overheidsopdrachten heeft een onzorgvuldige voorbereiding en gebrekkige voorstudie van de aanneming aanleiding gegeven tot omvangrijke schadevergoedingen.

De aanbestedende overheden maken omzeggens geen gebruik van de mogelijkheid de gevorderde schadevergoedingsbedragen op hun realiteitswaarde te toetsen middels een doorlichting van de boekhouding van de schade-eisers door eigen of externe boekhoudkundige experten.

De trage procesgang voor de rechter heeft er toe geleid dat naar conflictoplossende en conflictvoorkomende alternatieven worden gezocht, zoals de oprichting van een bemiddelingscommissie en de aanwending van arbitrage.

Groenboek over publiek-private samenwerking en het gemeenschapsrecht inzake overheidsopdrachten en concessieovereenkomsten, Europese Commissie, Brussel, 30 april 2004

In het Groenboek over publiek-private samenwerking en het gemeenschapsrecht inzake overheidsopdrachten en concessieovereenkomsten (ref.: COM(2004) 327 definitief) wordt het verschijnsel PPS nader toegelicht en wordt ingegaan op een aantal specifieke vragen omtrent PPS-constructies: mededinging, rechtszekerheid, selectie van de private partner, de verhouding concessieovereenkomst en PPS, problematiek van wijzigingen tijdens de uitvoeringsfase van PPS-projecten, enz.

[MENU]
5. Rechtsleer

Hierna volgen enige recente interessante publicaties - zowel monografieën als artikelen - die de rechtspraktizijn van nut kunnen zijn.
Abbeloos, W. en D., "De schadevergoeding wegens onderbreking van een overheidsopdracht van werken", R.W. 2002-2003, 651.
Burssens, F., De definitieve oplevering van werken bij overheidsopdrachten: enkele knelpunten", Tijdschrift voor bouwrecht en onroerend goed, 2003, 57-60.
Craeybeckx, A., "De overdracht en terbeschikkingstelling van domeinconcessies in de haven van Antwerpen"", C.D.P.K., 2004, 18-51.
D'Hooghe, D. en Gelders, M., "De eenzijdige wijziging van met de overheid gesloten contracten : overheidsopdrachten, publiek-private samenwerkingscontracten en concessie van openbare dienst", in: Tendensen in het Bedrijfsrecht. De eenzijdige wijziging van het contract (Dag van de Bedrijfsjurist, 24 december 2002), Antwerpen-Brussel, 2003, 95-145.
D'Hooghe, D. en Vandendriesche, F., Publiek-private samenwerking, Brugge, 2003 (2e uitgave).
De Keuster, D., "De onderhandelingsprocedure van stiefkind tot oogappel", noot onder het arrest van de Raad van State, 27 juni 2003 (nr. 121.103, K. t/ Stad Antwerpen), C.D.P.K., 2003, 681-686.
De koninck, C., Flamey, P. en Ronse, K., Jurisprudentiebundel Europees Overheidsopdrachtenrecht, Antwerpen - Apeldoorn, 2003.
De koninck, C., Overheidsopdrachtenrecht. Boek I. Algemene inleiding. Gunning van overheidsopdrachten, Antwerpen-Apeldoorn, 2004 (2e uitgave).
De Roy, D., "L'adaptation du droit des marchés publics aux nouvelles technologies : quelques repères", Tijdschrift voor Aannemingsrecht, 2003, 351-359.
De Staercke, J., "Het decreet betreffende publiek-private samenwerking", Tijdschrift voor bouwrecht en onroerend goed, 2003, 140-155.
Debièvre, J. en Laenen, G., "De Raad van State staat stil bij de standstill", noot bij het arrest van de Raad van State van 10 februari 2004, nr. 128.012, C.D.P.K., 2004, 294-304.
Durviaux, A. L. en Thirion, N., "Les modes de gestion des services publics locaux, la réglementation rélative aux marchés publics et le droit communautaire", J.T., 2004, 17-27.
Flamey, P., Wetboek Overheidsopdrachten. Wet Overheidsopdrachten en Uitvoeringsbesluiten met annotaties uit de rechtspraak van de Raad van State, Kortrijk, 2004.
Gelders, M., "Het eenzijdig wijzigingsrecht van de aanbestedende overheid bij overheidsopdrachten voor aanneming van werken en bij concessies van openbare werken", R.W. 2003-2004, 521-533.
Jacquemin, H., "Le formalisme des marchés publics à l'épreuve des technologies de l'information et de la communication : l'apport du droit civil", C.D.P.K., 2004, 159-182.
Laenen, G., "Overheidsopdrachten en marktconsultatie", Tijdschrift voor Bestuurswetenschappen & Publiekrecht, 2004, nr. 3, 131-149.
Schutyser, B., "Het toepassingsgebied van de wetgeving overheidsopdrachten : een aantal evoluties in de rechtspraak van het Hof van Justitie (1998-2003)", Tijdschrift voor Bestuurswetenschappen & Publiekrecht, 2004, nr. 5, 259-279.
Vandendriesche, F., Publieke en private rechtspersonen, Brugge, 2004.
X, "Schadedossiers ten laste van het Vlaams Infrastructuurfonds", auditrapport Rekenhof, november 2003 (www.rekenhof.be)
X, Groenboek over publiek-private samenwerking en het gemeenschapsrecht inzake overheidsopdrachten en concessieovereenkomsten, Europese commissie, 30 april 2004.



Belangrijke juridische kennisgeving - Disclaimer
Hoewel bij de realisatie van deze nieuwsbrief een zo groot mogelijke nauwkeurigheid en correctheid werd nagestreefd, kan voor de aanwezigheid van eventuele (druk)fouten, onvolkomen- en onvolledigheden niet worden ingestaan en aanvaardt EBP hiervoor geen aansprakelijkheid. De gebruiker van deze nieuwsbrief erkent en aanvaardt, door de loutere aanwending van de inhoud ervan, voormelde afwijzing van aansprakelijkheid.

Help & info: info@ebp.be - Tel: 02/420 68 60 - Fax: 02/428 85 58 ©1994-2005 Groupe EBP

To unsubscribe, click here.